Ik las de bovenstaande titel in de column van Piet de Vogel. Waarheid als een koe natuurlijk, maar er is nog wel iets meer nodig dan alleen goede duiven.

Ik heb veel kampioenen in krabbers zien veranderen nadat ze door hun goede duiven heen waren, bijvoorbeeld na een totale verkoop. Toen ze over goede duiven beschikten, wisten ze alles en nu opeens niets meer.

Het eerste wat ik Jan aanleerde toen ik hem ging begeleiden, is standvastigheid. Je moet één verzorgingssysteem uitwerken dat bij jouw persoonlijke situatie en werk past. En nog veel belangrijker: jezelf daaraan houden.

Als je naar Jan en alleman luistert en voortdurend van systeem, product of voer verandert, kom je niet verder. Hetzelfde geldt voor ruilen met mensen die op hetzelfde niveau spelen als jezelf.

Niets gaat vanzelf in de duivensport. Wanneer je de lat hoog legt, zijn de verwachtingen van anderen en jezelf hoog. Gaat het niet zoals het moet, dan ga je dingen tackelen. Zijn je duiven gezond, bijvoorbeeld? Ga eens op controle bij een duivenarts. Vindt hij niets, dan is dat alvast duidelijk. Vaak moet je gewoon je geduld bewaren en zeker niets onnodig veranderen.

Bij het ene hok gaat het vanaf het begin super, terwijl een ander hok net wat meer natuurlijke warmte nodig heeft en iets later in het seizoen op gang komt. Zelf blindelings met medicijnen gaan knoeien terwijl ze niets mankeren, raad ik af. Vaak stop je je duiven daarmee in een steeds dieper dal.

Een duivenarts ziet dagelijks duiven en ziet snel wat er aan schort. Ik twijfel in het seizoen ook wel eens en raadpleeg dan Jan van Wanrooij van Belgica de Weerd om te horen wat hij ervan vindt. Soms doe ik daar iets mee, soms ook niet. Dat is een kwestie van aanvoelen.

Verder vertrouw ik op natuurlijke producten, kwaliteitsvoeding en goede duiven op een ruim en goed verlucht hok. Mankeren mijn duiven iets, dan zie ik dat snel en ga ik zeker op onderzoek uit. Moet er medicinaal worden ingegrepen, dan doe ik dat. Uitzieken moet je aan de concurrentie overlaten!

Dagen als gisteren doen je verlangen naar het voorjaar, de periode waarin de duiven weer dagelijks hun training afwerken en er met spanning naar de vluchten toegewerkt kan worden.

De vliegduiven zijn hier aan het leggen. De eerste eitjes waren er op negen dagen. De grootste helft geef ik weg aan bevriende liefhebbers om ze te testen, zodat ik straks weet wat de kweekwaarde van de ouders is.

Bij verschillende vliegduiven gaan er eitjes van de kweekduiven onder. Dat scheelt wel een dag of drie dat die eerder uitkomen, maar dat vind ik niet erg.

De vliegduiven zijn bijgelicht van 08.00 uur ‘s ochtends tot 17.30 uur ‘s middags. Een hele dag licht dus, bewust niet te lang omdat ik geen ruiproblemen wil veroorzaken.

Ik kies er dit jaar voor om alleen uit de beste duiven te kweken en houdt geen voedsters meer. Wel heb ik zes koppels zomerjongen onder de kwekers gekoppeld. Zij komen uit mijn beste duiven en zijn geselecteerd op bouw, uitstraling en gezondheid. Selectie op vluchten heeft natuurlijk mijn voorkeur, maar bij zomerjongen kan je niet anders.

Gisteren heb ik de eerste ronde van de kweekduiven bekeken. Ze zien er top uit en de kwaliteit spat ervan af.

Kweken in de buitenlucht heeft eigenlijk alleen maar voordelen. Er zat een koppel houtduiven te broeden in de coniferenhaag, hier voor de duivenhokken. Ik hield die jongen nauwlettend in de gaten en als je ziet hoe die opkwamen… Ze pasten amper in hun nest en glansden als pauwen.

De kweekduiven blijven hier zo dicht mogelijk bij de natuur. Ze krijgen begin november een geeltablet en daar moeten ze het een jaar lang mee doen. Om de dag doe ik Naturaline met extra look en eenmaal per week een bruistablet met vitamine C en calcium in het water. Verder om de dag Ropa-B voederolie over de Allerlei en that’s it.

De vliegduiven verzorg ik in de winter hetzelfde. In het vliegseizoen worden zij behandeld indien nodig, maar ik ga dan ook eens per vijf à zes weken op controle met de duiven.

Een oplettende Helgi zei dat hij uit IJsland komt in plaats van Finland (zoals ik in één van mijn vorige blogs beschreef). Ja, daar wordt dus ook met duiven gespeeld. Daar moeten ze zelfs over gletsjers heen om thuis te geraken.

Als je op Duivenmarktplaats kijkt schrik je van het aantal duivenhokken dat wekelijks te koop staat. Natuurlijk stopt men deels door ouderdom of overlijden, maar over het algemeen loopt het allemaal wel wat terug.

Daarom ben ik een groot voorstander van het samenvoegen van samenspelen, rayons of zelfs afdelingen. Alles blijft dan betaalbaar en dan denk ik bijvoorbeeld aan vrachtkosten, kampioensavonden en prijsuitreikingen.

Daarnaast wordt het spel bij grotere deelnames en aantallen duiven aantrekkelijker. Zo zou eigenlijk het poulesysteem terug moeten komen. Met maar zes afdelingen in Nederland zou het gemakkelijker moeten zijn om sponsoren te benaderen en prijzen te vervliegen per afdeling.

Wat we nu hebben gecreëerd gaat nergens over. Je hebt bijvoorbeeld nationale Asduiven bij de NPO, WHZB, Eendaagse Fondspiegel, Allerbeste, PIPA Rankings en ga zo maar door… Mijns inziens ben je beter met zes afdelingen en één hoofd nationaal kampioenschap. De huldigingen van de zes afdelingen op één kampioenen dag en klaar.

Dat er minder vluchten zijn wordt op veel plaatsen toegejuicht, maar stop dan bijvoorbeeld ook met taartvluchten tot eind oktober waar zelfs Olympiadepunten te verdienen waren. Gelijkheid voor iedereen of anders niets.

De eerste jongen klimmen uit de bakken, wat meestal het teken is dat ze gespeend worden. Aankomend weekend gaan ze dus naar hun eigen verblijf. Er zit ongeveer drie dagen leeftijdsverschil tussen de jongen.

Ik speen er 40 die de week erop als ze in de bakken gaan vliegen gevaccineerd worden met Colombovac. Dat is gelijk de enige enting tegen PMV. Tweemaal enten is mijns inziens weggegooid geld, alsmede al die adeno, herpes en vermoedelijk ook rotavirus entingen.

Ze worden begin juni nog gevaccineerd tegen paratyfus met een dode entstof van Schroeder. Ook nog tegen pokken. Ditmaal doe ik dat met een enting. Voorgaande jaren deed ik dat met het kwastje, maar door de grote reactie van de plaats van enten stap ik van het kwastje af en kijk ik eens hoe het met een enting gaat.

De pokkenenting met de naald doe ik overigens al jaren bij de oude vliegduiven en late jongen. Hiervoor gebruik ik Diftovac.

Hier krijgen de duiven het gehele jaar eenmaal per week een vitaminen bruistablet op twee liter water, gewoon van de supermarkt. Of dat nodig is weet ik niet, maar ze drinken het graag dus daar ligt het niet aan.

De volgende ronde eitjes gaat waarschijnlijk naar Jan in Friesland. De kweekduiven broeden nu op hun tweede leg. Eieren overleggen doen we al jaren en naar de leeftijd van de eieren wordt niet gekeken. We hebben het al meegemaakt dat ze er onderweg naar Friesland uitgevallen zijn. Het is 2,5 uur rijden, dus ze zijn koud als we daar aankomen maar nog nooit problemen ondervonden.

Zo had ik enkele jaren terug Helgi uit IJsland op bezoek die eitjes mee het vliegtuig in nam. Sommige vielen zelfs uit in het vliegtuig.

Nee, als duiven een uur trainen hoeft men niet bang te zijn dat de eitjes koud zijn en niet uitvallen. Ook als je in de ochtend op het hok komt en je hebt een koppel die van de eitjes is afgelopen door een vechtpartij of wat dan. Ook al zijn ze koud, dat betekent niet dat ze niet uitvallen als ze weer bebroed zijn.

Over de kwaliteit van de jongen die uit eitjes komen die enkele uren koud hebben gelegen hoef je jezelf geen zorgen te maken, daar is niets mis mee.

De secties jonge duiven hebben mijns inziens niets bereikt de laatste jaren. Een vliegprogramma voor jonge duiven dat steeds meer lijkt op het Quiévrain-spel in België, aangevoerd door oostelijk gelegen hokken die hopen dat zij met 200 of meer jongen de boel aan flarden kunnen vliegen. Op vluchten van 140 km met meestal een westenwind is dat in ons land perfect mogelijk.

Ik kan mijn plezier niet halen uit vijf minuten duiven wachten op een vlucht van amper anderhalf uur. Die instapmogelijkheden zijn dan ook gelul als je het mij vraagt. Ik heb meermaals jongen die amper 250 km hebben gespeeld direct op 450 km gezet met goede resultaten als gevolg. De afdelingen moeten er gewoon voor zorgen dat er de eerste weken van het seizoen genoeg opleermomenten zijn om de jongen die verloren zijn gegaan, in te laten springen.

Afgelopen jaar heb ik een liefhebber in eigen vereniging geadviseerd om zijn jongen van 250 km gelijk op Orléans 455 km te spelen. Tot zijn verbazing met een goed resultaat. Bas Verkerk deed dat ook met een deel van zijn jongen die tot dan toe alleen nalijn hadden gevlogen. Ook daar met een goed resultaat.

Wie gaat mij overtuigen dat wanneer een duif gelost wordt, hij of zij precies weet hoe ver ‘ie moet vliegen? Nee, het gaat erom dat je duif in orde is, gemotiveerd is en voldoende brandstof in de tank heeft. Daarna komt het op kwaliteit aan.

We krijgen steeds meer voorzichtige spelers die vroeger alles plat speelden op vluchten boven de 400 km, omdat ze toen echte duiven op hun hokken hadden die er niet voor terugdeinsden om 500 km met het grootse gemak af te raffelen. Desnoods elke week.

Nu schijnen ze niet verder dan 300 km te willen vliegen. Gun een ieder zijn spel, we gaan toch ook niet roepen dat 600 km ver genoeg is om ZLU te spelen op de kortste afstand, omdat ze anders in de hoger gelegen Rayons niet mee kunnen doen?

Waar zijn we met zijn allen mee bezig, vraag ik me wel eens af. Eén ding is zeker: laat er dit jaar in de eerste zes weken maar geen zware vlucht komen, anders zijn er schrikbarend veel jaarlingen kwijt die tot dan toe niet verder zijn gespeeld dan 250 km.

We gaan het beleven, maar de charme van het jonge duivenspel dat ooit in het gehele land de boventoon voerde is gesloopt door mensen met geen enkel belang in de duivensport. Ik heb het vaker aangehaald: de duivensport kalft van bovenaf in en niemand schijnt daar iets aan te willen veranderen.