Vrijdag wordt er ingemand voor de natour. Zelf heb ik 6 herintreders en 12 late jongen om daarop mee te spelen. Die gaan nu vier keer mee en pakken daarna de laatste NPO‑vlucht om extra ervaring op te doen. Het is dan een sprong van 170 km, maar dat geeft niets.

Of ik de oude duivinnen op de nalijn ga spelen, zie ik deze week. Als de nalijnjongen keer op keer voor de oude thuis zijn, heeft het weinig zin om me daar nog voor in te zetten — dan krijgen de duivinnen rust.

Mineralenmix slaat aan

Heel wat liefhebbers hebben naar tevredenheid het mineralenmengsel gemaakt zoals ik, en het in een schoteltje op de vloer aan de duiven gegeven. Omdat onze mineralenemmer zo goed als geen poeder bevat, is dat gemakkelijk aan te maken.

De basis:

  • enkele eetlepels Origanum Red of Roosvicee over ca. één kilo mineralenmix
  • een volle maatschep Octavit
  • een eetlepel Recuperatie‑poeder van Mariën
  • een scheutje snoep‑ of hennepzaad

 

Goed mengen, en daarvan een stenen pikpot op ongeveer twintig duiven op de vloer zetten. Ze maken daar gretig gebruik van, en de Octavit en Recuperatie‑poeder gaan dan goed op.

Octavit voor de laatste weken

Nu zijn er nog teveel jongen, maar de laatste twee vluchten krijgen ze alle dagen een Octavit‑capsule opgestoken — zoals ik bij de oude deed. Zo kunnen ze een zwaar programma gemakkelijker aan en komen ze niet verrot thuis.

Op dit moment meng ik het daarom dagelijks door de mineralenmix.

Rui bij de kwekers goed op gang

Bij de kwekers gaat de Oregano en mineralenmix gewoon over het voer, dat ze maar eenmaal daags krijgen. Daarnaast krijgen ze nu om de twee dagen Sedochol, en dan weer twee dagen Naturaline in het water. De rui is daar al goed op gang. Eenmaal per week krijgen ze een bad.

We stevenen af op het einde van het vliegprogramma. Nog een vlucht of vijf met de jongen en vijf met de nalijn, en dan zit het er weer op — een seizoen met gemengde gevoelens.

Bij de jongen werd ik in Geel 1e hok vitesse en in afdeling Zuidwest 2e hok vitesse. Ook werd ik 1e asduif vitesse in Geel en 3e asduif vitesse in afdeling Zuidwest.

Aan de kampioenschappen in Geel hecht ik nog waarde, maar aan die van Zuidwest niet. Hoe kan je een kampioenschap maken terwijl Rood, Bruin en Groen vanaf een andere losplaats vliegen, met ook nog eens verschillende lostijden dan Geel en Wit?

Wat ik ook niet begrijp, is dat Bruin, Rood en Groen eerder los gaan dan wij, terwijl hier de meeste hokken de verste afstanden hebben.

De heer Verkamman uit Arnemuiden wint de 1e in Groen en is tevens 1e hok kampioen van afdeling Zuidwest — en dat met een miniploeg. In Arnemuiden zijn dit jaar enorm veel duiven verloren gegaan. Verkamman is overigens ook een Championsmix‑gebruiker.

Pont‑Sainte‑Maxence

Hier kwamen de jongen naar tevredenheid van Pont‑Sainte‑Maxence, hoewel ze in mijn ogen zeker nog kunnen verbeteren. In Geel A werd het tegen 1.148 duiven: 4‑5‑6‑18‑22‑25‑27‑29‑40‑42‑49‑54‑55, enzovoort.

Op naar de NPO‑vluchten — hopelijk kunnen ze nog een tandje bijschakelen. We gaan er in ieder geval alles aan doen om dat te verwezenlijken.

Referentie

Henk Keizer uit Ter Apel won de 1e in de afdeling, met een kleinkind uit de Rocket‑lijn van ons. Altijd mooi om te zien dat die lijnen blijven presteren, ook op andere hokken.

Brabant 2000 volledig versnippert

Het oude Brabant 2000 is totaal versnippert en om zeep geholpen. Zo sta ik met de jongen momenteel 1e onaangewezen hok én 1e asduif in Vlieggebied Geel, maar bij de nationale kampioenschappen in de tussenstand ben ik nergens te bekennen. We moeten al in Zuid‑Holland spelen willen we hier nog nationaal kampioen kunnen worden.

Daarbij hanteert men overal andere regels: bij de één tellen vier vluchten, bij een ander vijf. Bij ons tellen gewoon alle jonge‑duivenvluchten, en dat zijn de terechte asduiven jong — het hele seizoen vroeg op de plank, van 100 tot 460 km.

Waarom ik niets meer heb met kampioenschappen

Het herinnert me aan 2021: toen was ik ook 1e asduif in Brabant 2000, maar in de tussenstanden nergens te vinden. Uit frustratie besloot ik te bellen of liefhebbers uit Brabant 2000 überhaupt mee mochten doen. Men ging opnieuw rekenen — en ineens werd ik 1e nationaal duifkampioen met Pure Gold. Had ik niet gebeld, was ik nergens geweest.

In 2019 werd ik 2e Olympiade‑duif vitesse met Olympic Millennium, maar ik werd verslagen door iemand die in oktober ook de taartvluchten mee mocht laten tellen.

In de jaren ’90 ben ik op haast alle hok‑ en duifkampioenschappen in samenspel O&O verslagen door een fraudeur die later geschorst werd. Halverwege 2000 gebeurde hetzelfde in Brabant 2000 — opnieuw door een fraudeur die later geschorst werd.

In 2010 kostte het me de auto van Le Mans. We hadden toen nog meldplicht; de felicitaties, bloemen en controle werden ’s avonds netjes uitgevoerd door het bestuur van Brabant 2000. De dag erna was er alsnog iemand voor gekomen — waar de meldplicht blijkbaar niet voor telde.

Eerlijkheid is ver te zoeken

Het betekent helaas dat eerlijkheid in de duivensport vaak ver te zoeken is. Dat zie je ook aan de aantallen duiven waarmee sommigen spelen. De meeste grote hokken zijn een heleboel jongen kwijt — vaak meer dan 200 — maar alsnog hebben ze er nu meer dan 100 in de wedstrijd.

Nu boeit het me allemaal weinig meer; alles heb ik al wel een keer gewonnen. We zullen ons in het gebied waar we uiteindelijk spelen — wat veel te breed is — gewoon moeten verdedigen.

Iedereen krijgt er wel een keer mee te maken: one‑eye‑cold. Ik had het vorige week. Ik heb de duiven de hele week uit de felle zon gehouden en tegen de inkorving was het haast weg. Vaak maak je dan een mindere vlucht mee, maar dat viel gelukkig nog mee.

In Vlieggebied Geel A werd het tegen 1.327 duiven alsnog: 8‑17‑18‑22‑27‑28‑31‑46‑52‑53‑56‑58‑61‑65‑67, enzovoort — en op één na alles weer thuis.

Vivonne

Daarna kwam Vivonne, 655 km voor mij. Zoals ik al aangaf, zaten de duiven aan de kustkant; in Brabant had men het massaal af laten weten.

Zelf had ik 7 duiven mee: één jaarling en zes oudere rakkers die net niet goed genoeg meer waren om naar de kweek te brengen. Als je voor de kopprijzen gaat, moet je de beste meegeven, zeg ik altijd — en die wilde ik simpelweg niet riskeren, zeker niet voor een kampioenschap.

Bourges

In België had men Bourges, en daar zaten de kopduiven in het oosten. Davy wint alweer de 1e Nationaal Bourges, met een kleindochter van Zoran Junior. Ook Torres Diamond (5× top‑10 NPO), National Torres (1e en 2e NPO, 2e Nationaal Issoudun) en Zora (1e Nationaal Orléans jaarlingen) zijn kleinkinderen van Zoran Junior.

Davy is, net als Bas Verkerk, een grote melker — maar beide beschikken wel over kwaliteitsvolle duiven die tot 650 km nationale vluchten kunnen winnen. Ook Stefan Steenbergen was super op Bourges. Voor velen werd het helaas een zware dobber, met nog heel wat lege plekken op de hokken.

Onze lijnen blijven presteren

Onze duiven kruisen ook geweldig goed op andere hokken:

  • Jan Breedijk (Breda) wint voor de tweede keer op rij de 1e, met twee nestmaatjes, voor het armada van Team De Weerd. Jan is een kleine liefhebber; de vader van beide winnaars is hier ooit als eitje aan hem geschonken.
  • Richard Hogg (Ierland) won gisteren de 1e met een kleinkind van Avatar.
  • Gerard Heinhuis (Friesland) heeft een geweldig kwekende doffer van Jan, uit zoon Millennium‑koppel × moeder Dragon Girl (5× top‑10 NPO) × moeder Olympic Dragon.
  • Rene Roks is op dit moment de te kloppen man in Vlieggebied Geel. Hij won de 1e en 2e en maakte een topuitslag; zijn duiven zijn in topconditie. Heel wat van zijn duiven stammen af van onze lijnen.

Ik kan me maar weinig jaren herinneren waarin het zo zwaar was voor de duiven. De oude duiven kregen drie hittegolven te verwerken, en ook de jongen hadden het lastig in de voorbereiding — opleren tussen de hittegolven door.

Ik kan me ook niet herinneren dat ik de jongen ooit zo weinig heb opgeleerd als dit jaar. Per saldo raakte ik vroeger op de eerste vlucht ruim twintig procent kwijt, terwijl ik ze zeker dertig keer weg had gehad, vaak één voor één. Nu heb ik er heel weinig mee gereden en was ik op de eerste vlucht ook twintig procent achter.

Goede duiven bestaan niet in series

Zo sprak ik een liefhebber die maar niet begreep dat hij elk jaar zoveel duiven verspeelde — ze kwamen immers allemaal uit goede duiven.

Ik blijf erbij: duiven die alleen maar goede geven, zitten op commerciële hokken. Als een koppel vier jongen geeft, kan er één bruikbare bij zitten. Geeft datzelfde koppel er acht, dan zit er vaak nóg maar één bruikbare bij. Zo simpel is het nou eenmaal.

Ik vind van mezelf dat ik geen bal verstand heb van duiven — vandaar dat de duiven hier alle vluchten meegaan, en dat al zolang ik me kan herinneren. De mandselectie is het enige waar ik op vertrouw.

In afd. Zuidwest hebben we een mooi jongeduivenprogramma, met vanaf 15 augustus haast elke week boven de 400 km. Natuurlijk houd ik mijn hart vast wanneer we gezamenlijk los gaan, vooral bij oostenwind. Maar thuishouden voor de wind is nog nooit in me opgekomen. Alles wat er half september nog zit, kan haast blijven — die zijn geselecteerd door de mand.

Handselectie is vaak wensdenken

De nalijn‑spelers gaan in september op de hand selecteren en houden vanzelf de mooiste aan. Nou, ik kan je vertellen: de meeste zijn het aanhouden niet waard.

Selecteren is puur voorkeur: de één houdt van grote duiven, de ander van geblokte, weer een ander ziet graag een witpen of een blauwe, en sommigen denken dat de grootste druktemaker de beste zal zijn. Noem maar op.

Duiven die een geheel seizoen gevlogen hebben, onder alle omstandigheden, zijn vele malen beter gespierd — spieren die ze ontwikkeld hebben op het zware pad dat ze afgelegd hebben. Dat halen duiven waar amper mee gevlogen is nooit meer in, is mijn gedachtegang.

Jonge duiven die in januari gekweekt zijn en pas acht maanden later gespeeld worden — ik geloof er niet in.

Ook Bas Verkerk miste zijn start dit jaar met de jongen en moest de eerste vlucht laten schieten. Maar ook hij wist dat hij reuzesprongen moest maken om alsnog het reguliere jongduivenspel af te werken. Jaren speelde hij zijn jongen op de nalijn, maar dat doet hij dus nooit meer. En dat is zeker een liefhebber die weet waar hij over praat.

Breedte versus diepte

Afd. 11 heeft het allermooiste programma: de jongen gaan vanaf het begin gezamenlijk los, met concoursen van boven de 10.000 duiven. Hier lukt dat in nog geen honderd jaar — het spel is te breed om in één keer los te gaan. Tegen de tijd dat het wél kan, is de helft van de duiven al weg en begint de nalijn. Dan komt men in heel Zuidwest amper aan de 6.000 duiven.

We hadden eenmalig de kans om met de oude een groot concours te vervliegen, met een heleboel gratis prijzen en zelfs een te winnen auto — en ook dat heeft afd. Zuidwest gedwarsboomd.

Willem de Bruijn zei het me destijds nog: hoe kan het dat jullie van de beste afdeling van Nederland in een paar jaar gekelderd zijn naar de slechtste op alle gebieden?

Ik begrijp nog steeds niet hoe je alles in de breedte kunt leggen en niet in de diepte. Diegenen die dat besloten hebben, hadden beter wat meer overleg met de leden gehad.

Er zijn teveel liefhebbers die zich bezighouden met wat een ander verliest. Ik denk dan maar: wees blij dat je er vanaf bent — zelden ga je slechter spelen als er een deel verloren zijn.

Selectie door de mand

Hier gaan er 76 naar Morlincourt, 248 km voor mij, met kopwind. De duiven die erbij zullen zitten, zijn uit het goede hout gesneden. Wie het niet aankan — jammer dan.

Ook deze week zijn er nog duiven uitgeselecteerd die niet eens de training van de anderen konden bijhouden en eerder naar huis kwamen om vervolgens op het dak te gaan zitten. Dan hebben ze aan mij de verkeerde.

Ook bij Jan in Friesland zijn vele jongen verspeeld, maar ik vertelde hem al: als de goeie er nog zitten, is dat geen enkel probleem. En de aanvulling voor volgend jaar? Je kan beter alleen de bakken vullen met duiven die het verdienen, en niet in aantallen denken. Met 12 goede duiven kan je beter spelen dan met 120 slechte.