Een nieuwe realiteit

Dat dit de trend gaat worden de komende jaren staat wel vast. Het zal steeds vaker tropisch worden, en we kunnen weinig anders dan de duiven aan de omstandigheden laten wennen. Hier is het nu alle dagen om 5.15 uur opstaan en rond 5.45 uur de eerste duiven laten trainen — dat zijn hier de duivinnen.

Daarna gaan de doffers er gelijktijdig met de jongen uit. Natuurlijk loopt er dan wel eens een oude doffer bij de jongen binnen, en dat is lastig te onderscheiden; de jonge doffers zijn inmiddels ook volwassen. Maar vinden doe ik die snel.

Rond 8 uur komt hier geen duif meer los die dag.

Aanpassen aan de hitte

Bij de oude duiven zijn de ramen afgeschermd zodat er niet te fel zonlicht in het hok komt.

De jongen kunnen de hele dag in de buitenren, waar ze ook goed gebruik van maken. Dit voorjaar heb ik daar een degelijk, regelbaar afzuigsysteem laten inbouwen voor deze warme dagen. Voorheen zaten er van die doucheventilatoren, maar die zaten telkens vast door het stof.

Met deze warmte krijgen de jongen, kwekers en oude duiven vrij lichte kost: 50% NPO-mix, 50% Basis. Ze blijven dan mooi rond, maar krijgen geen spijsverteringsproblemen — ze drinken immers meer dan nodig. Wel krijgen ze elke dag Origanum Red op het voer, wat ook goed is voor de luchtwegen.

Zoals gezegd leer ik nu niet op, al heb ik afgelopen zondag om 7 uur de jongen nog gelost op 30 km na de fikse regenbui die nacht. Maar deze week, met veel oostenwind en temperaturen boven de 30 graden, mij niet gezien.

Vluchten inkorten

De Belgen zouden aankomend weekend La Souterraine spelen, maar hebben wijselijk al ingekort naar Châteauroux. Wij spelen Gien (455 km), maar ook dat zouden ze eigenlijk moeten inkorten naar Melun — of een afstand waarbij we pas op vrijdag in hoeven te manden. De duiven hebben het immers zwaar met het transport, en op de Franse losplaatsen wordt het 40 graden.

Ik heb nogal wat goede liefhebbers gesproken die zaterdag gaan passen met het oog op de Nationale Bourges. Zelf moet ik eerlijk bekennen dat ik zelden goed was met duiven thuis houden. Ik weet dat ook Verkerk en meerdere liefhebbers elke week spelen met dezelfde duiven. Als ze conditie genoeg hebben, lijkt me dat ook geen probleem — in normale omstandigheden.

Hier ging de dagfond niet door. Ik had er wel twaalf opgegeven, maar had voor mezelf al besloten dat wanneer ze niet zouden inkorten, ik met alles naar Pont‑Sainte‑Maxence (289 km) zou gaan. Met deze tropische temperaturen is 650 km gewoon te veel, zeker omdat er in Frankrijk nog altijd een noordelijke stroming zit met meer dan 37 graden op de losplaats.

Natuurlijk vlogen we vroeger ook dagfond, al was het hier zelden verder dan 650 km. Ik heb, zoals gezegd, mijn hele leven tussen de aardbeien gezeten — ook met zomers boven de 30 graden — maar het lijkt wel alsof de warmte nu anders is dan vroeger. Veel minder zuurstof in de lucht.

Zo liet ik de jongen uit, en die zaten vrij snel alweer met de bek open op het hok. Daar komt nog bij dat de duiven nog helemaal niet aan de warmte hebben kunnen wennen; begin van de week had je nog een jas nodig.

Ik zie volgende week geen enkele vlucht doorgaan. De jongen opleren doe ik in ieder geval niet met deze temperaturen. Je kunt het hok beter nat maken of er een natte handdoek in leggen — dat is heilzaam voor de luchtwegen.

Duiven vaccineren of kuren met deze hitte is ook af te raden, net als vetten toedienen. Hier krijgen de jongen elektrolyten in het water; of dat nou Belgasol, Tollyamin of die elektrolytensticks uit de supermarkt zijn, maakt niet uit. Gewoon water drinken ze met deze warmte te veel, en daar worden ze alleen maar slechter van.

De tropische temperaturen komen er weer aan. Ik verwacht dat de vluchten dan ook ingekort gaan worden, aangezien het op de losplaats in Frankrijk meer dan 36 graden wordt.

Ook de jongen zullen waarschijnlijk afgelast worden. De eerste groep zal op tijd thuis zijn, maar de grote groep zonder ervaring — die nog wat omvliegt — gaat het zwaar krijgen met de te verwachten temperatuur.

Hier zijn de jongen vanmorgen om 7 uur gelost op 30 km. Om half 8 kon de klep alweer dicht. Ze gaan dit weekend niet mee; er is nog tijd genoeg en er zal vast weer normaler weer aankomen.

Veel Belgen die ik spreek passen met de oude én de jonge duiven aankomend weekend.

Zo dacht een liefhebber dat ik het verzonnen had dat de vrachtprijs in onze vereniging €1,10 was voor een trainingsvlucht van 55 km. Ik heb hem de prijs doorgestuurd als bewijs.

Was het voorheen alles in het westen, nu is het dus alles in het oosten — en niet één westelijk gelegen hok in de top 100. Zelf zit ik ertussenin, dus hier is de wind alleen in het voordeel met een noordenwind.

In het eigen vlieggebied A werd begonnen met de 1e, en de duiven sloten na de 2e redelijk goed aan. Het gaat alle weken wat vooruit. Er komen nog mooie vluchten genoeg aan, al zal de 1e winnen in zo’n breed spel niet vaak mogelijk zijn.

Windvoordeel en uitslagen

Ik had het er met goede vriend Davy Tournelle nog over: als je op de kant woont, west of oost, dan kun je meerdere keren per jaar vluchten winnen of domineren. Zo had ik hem al voorspeld dat hij wel eens voor de nationale zege kon gaan met deze westenwind.

De zege werd het niet — 3e, 4e en 12e Nationaal bij de jaarlingen — maar een knaluitslag werd het wel. Een goed hok duiven, dan de wind in het voordeel, en dan is het rammelen.

Te breed spel en stijgende kosten

Het spel bij ons is, zoals gezegd, veel te breed. Ik neem aan dat ze dit najaar grondig gaan evalueren. Beter is dat ze dat al doen vóór de start van de NPO‑vluchten met de jongen, om nog meer verliezen en ontmoediging van liefhebbers te voorkomen.

Zo had men Zeeland en Brabant intact moeten laten en daar gewoon NPO‑vluchten moeten houden. Was het dan westenwind, dan konden de Zeeuwen in hun eigen afdeling top 10 spelen. Was het oostenwind, dan hadden de Brabanders top 10 kunnen pakken in hun afdeling. Vervolgens had men op dagfond en midfond daar nog een sectorale uitslag naast kunnen leggen.

Nu mopperen er heel veel liefhebbers en gaan er veel stoppen. Wat denk je van vrachtprijzen van €1,10 per duif voor een opleervlucht van 55 km? Dat gaat nergens meer over.

Bijvoorbeeld: 7.500 duiven in concours is €8.250,-. Verbruikt die wagen nou zoveel diesel? Zijn die chauffeurs zo duur? Of moet er heel veel in de spaarkas? Wie het weet, mag het zeggen. De sport onnodig duurder maken slaat nergens op.

Eigen systeem: opleren, voeren en fouten uit het verleden

De eigen jongen breng ik zelf wel op 55 km. Kost me nog geen €25 aan diesel op en neer, en dan heb ik ook zelf de lostijd in de hand. Ze hebben nu vier keer 30 km gedaan, dus in principe kunnen ze in één keer mee naar Bierges (91 km). Maar ik vermoed dat het afgelast zal worden met de hoge verwachte temperaturen op vrijdag en zaterdag.

De oude zijn, zoals gezegd, een flink stuk verbeterd — nu moet het nog wat doorzetten. Ze krijgen elke avond een Octavit‑capsule opgestoken; ze gaan immers elke week de mand in, ook tussen de dagfond in. In de ochtend krijgen ze nu enkel NPO‑mix, in de avond Basis, zoveel ze lusten — en dat bevalt me goed.

Met de NPO‑mix valt het nog wel mee, maar het is oppassen met extra vetten in de vorm van pinda’s of schapenvet met deze hoge temperaturen. Je schaadt er meer mee dan dat je goed doet.

Zo ben ik daar meerdere jaren geleden al mee op mijn bek gegaan. Toen gaf ik nog gemalen pinda’s, kaas en schapenvet elke avond. We kregen een warme en zware dagfond; de duiven kwamen verrot thuis en hun kroppen stonken gewoon toen ik hun bek opende.

Ik had dat destijds besproken met wijlen John Rockx. Hij vermoedde al dat het kwam door de vele vetten in combinatie met de warmte. Ik heb ze toen de hele week Naturaline gegeven, waardoor ze weer bekwamen.

De oude duiven gaan zaterdag alweer mee naar Melun (351 km). Zo het er nu naar uitziet, gaat de helft van de jongen de week erop naar Bierges (91 km).

Het zit aardig op schema. Ik laat ze mand voor mand (10 stuks) los op 30 km en alles komt elke keer weer huiswaarts. Sommigen doen er wat langer over, maar die vallen uiteindelijk vanzelf af. Er zijn maar weinig echt goede duiven, dus in die groep jongen zitten er heel wat die het niet kunnen.

Ik ga ze de eerste vluchten wel spreiden, om bij een slechte lossing nog wat over te houden en niet alles in één wedstrijd te hebben.

Bezoek aan een nationale topper

Zo sprak ik de winnaar van Nationaal Argenton bij de jaarlingen, Johny Jonckers uit Drieslinter (België). Deze krasse, bijna 83‑jarige liefhebber speelt al jaren super, samen met zijn vrouw Magda.

Ik was daar in 2011 en haalde toen een superduivin — schijnbaar zit dat soort nog steeds in de winnaar van nu. Johny vertelde me dat hij stevig met zijn gezondheid gesukkeld had en daarom alle oude vliegduiven verwijderd had. Nu gaat alles weer goed en speelt hij met 24 jaarlingen, en zo ik het begreep heeft hij er weer volop zin in.

Een geweldige prestatie: hij won 2 en 16 over de gehele lossing en 1 en 12 bij de jaarlingen. Fijne mensen, net zoals Herman Bevers en wijlen Dirk van Dyck.

Ik heb met hem afgesproken om daar binnenkort nog eens heen te gaan, naar het Belgische Limburg.