Autovlucht Vierzon afgewezen

Ruud Moes stuurde een app rond om op 1 augustus een autovlucht vanaf Vierzon te organiseren. Onze afdeling wil daar niet aan meewerken omdat wij die dag een dagfondvlucht hebben van meer dan 600 km. Persoonlijk denk ik niet dat er weinig deelname zal zijn voor die dagfondvlucht, maar dat terzijde.

Het initiatief van Ruud was vorig jaar meer dan geslaagd. Dat hij nu opnieuw een autovlucht wil organiseren maar — zoals altijd — wordt tegengewerkt, is jammer. Juist zulke initiatieven zijn nodig om onze duivensport, die steeds verder afkalft, een nieuwe glans te geven.

Issoudun: goed idee, te weinig herhaling

Afgelopen weekend hadden we Nationaal Issoudun — een geweldig initiatief. Alleen zou het wat mij betreft meerdere keren per jaar moeten gebeuren, bij elke dagfondvlucht. Nu zijn we veel te windafhankelijk.

Knap was het wel van Huijsmans dat hij zich in de top‑10 klasseerde met de wind volledig in het nadeel.

Hier was het zoals ik al verwachtte: wil je op die vlucht presteren, dan doe je dat beter niet met duiven die elke week mee moeten in zo’n zwaar jaar. Beter is het om duiven in te zetten die alleen midfond gevlogen hebben, op de hokken in topvorm na.

Nationaal gezien was Issoudun hier geen succes, maar in de vereniging was het nog 1‑2‑4‑5‑6, en in Vlieggebied Geel A tegen 338 duiven: 9‑10‑14‑19‑20‑21‑25, enzovoort. De duiven waren vermoeid bij het inmanden — logisch in zo’n zwaar jaar met elke week spelen en een midfond van 450 km tussen de dagfondvluchten.

Cambrai: jongen opnieuw sterk

Toen kwamen de jongen. Die arriveerden achterdoor — ik had ze niet zien aankomen, maar ineens zaten ze op het hok terwijl ik stond te letten.

In Vlieggebied Geel A werd het tegen 1.535 duiven: 1‑2‑3‑4‑5‑9, enzovoort. Voor de tweede keer dit jaar de eerste vijf met de jongen, van de drie vluchten tot nu toe. Alle 80 jongen thuis, dus geen verliezen.

De verliezen bij de jongen zitten duidelijk in de eerste vluchten en de opleidingsfase.

De eerste prijswinnaar bij de jongen was een samenkweek met Jan de Werd: uit zoon Secretariaat x Allouette, de moeder van Zora, die vorig jaar de 1e Nationaal Orléans bij de jaarlingen won. Allouette is overigens een dochter van Olympic Millennium.

Verhoudingen in het vlieggebied

We moeten het tegenwoordig met ons eigen vlieggebied doen. Door de nieuwe indelingen komen we nergens meer aan te pas, terwijl de prestaties hier nog gewoon hetzelfde zijn.

In Geel B is niet te spelen tegen Team De Weerd, dat wekelijks 200 jongen of meer inkorft. Geen wonder dat men zo een eigen trek creëert. Men doet niets wat niet mag — het is aan het NPO‑bestuur om daar een keer een stokje voor te steken.

Zoals ik al vaker schreef:

  • 80 jongen in concours, aanvullen tot de derde vlucht en daarna niet meer.
  • Bij de oude 60, ook aanvullen tot de derde vlucht.

 

Dan kan een massa‑inkorver alsnog 60 op de midfond en 60 op de dagfond zetten, maar niet 200 op één vlucht. Dat maakt de sport eerlijker en aantrekkelijker. In de Tour de France mag een ploeg met een torenhoog budget toch ook niet drie keer zoveel renners afvaardigen?

Het is overigens zuur dat Piet Lindelauf zijn 1e Nationaal kwijtgeraakt is omdat hij niet of te laat gemeld had. De duif kan daar niets aan doen en leverde een wereldprestatie. Het voordeel van Live is dat je daar geen problemen mee hebt — als het werkt.

Olympic Millennium blijft geven

Rico Kampert en zijn vader wonnen de 1e NPO Issoudun tegen 4.263 duiven. Dit was opnieuw een kleindochter van Olympic Millennium, uit hetzelfde koppel als de 1e NPO Sens van Team GPS.

Olympic Millennium was niet alleen een supervlieger, maar ook een topkweekster in meerdere generaties. Er zijn al heel wat top‑10 NPO‑winnaars uit haar voortgekomen. Ook mijn Chinese vriend heeft enkele topdochters van haar, net als ik zelf. Ze slijt haar oude dag daar op de hokken — en legt nog steeds.

Voer óók voor overnacht

Opvallend was dat ik verschillende mails kreeg van liefhebbers die vroeg vlogen van Barcelona en onze producten gebruiken. Jaarlijks worden we nog wel een paar keer gebeld met de vraag of ons voer wel zwaar genoeg is voor de overnacht — terwijl dat haast ieder jaar opnieuw bewezen wordt. Neem alleen al de laatste vijf jaar: meerdere 1e nationale én 1e internationale overwinningen, allemaal op dezelfde Embregts‑Theunis mengeling.

Gemengde gevoelens

Vanavond dus inmanden voor Issoudun. Mijn favoriet voor deze vlucht gooide zojuist zijn 3e pen — de meesten zullen zeggen dat het weinig uitmaakt, maar ik zie het niet graag. Ook een van de beste duivinnen had gisteravond haar eerste ei, en ook dat zie ik niet graag. Dus ga ik met gemengde gevoelens richting Issoudun.

Ze zijn in ieder geval goed voorbereid: elke avond een Octavit‑pil en stevig NPO‑mix. We wachten maar af.

Cambrai met NW‑wind

De jongen gaan morgenavond mee naar Cambrai. Het lijkt een noordwestenwind, kracht 5, dus het zal werken worden.

Hier zitten de jongen nog gewoon bijeen. Wanneer — en of — ik ze ga scheiden, weet ik nog niet.

Laatste‑vluchten discussie

Onze afdelingssecretaris stuurde een mail rond dat ik geschreven zou hebben dat de laatste twee vluchten nergens voor tellen. Dat was inderdaad verwarrend, maar ik bedoelde natuurlijk de Nationale kampioenschappen. De rest interesseert me verder weinig.

Of er überhaupt veel interesse zal zijn voor Vivonne als laatste vlucht, ver over de 600 km, betwijfel ik — maar dat terzijde.

Te breed

Ik blijf erbij: met die hele Zuid‑West‑afdeling is niemand gebaat. Het kost een boel duiven, het spel is veel te breed en de indelingen van de speelgebieden kloppen voor geen meter.

Zo zit ik in een vereniging waarvan vier leden in Geel A ingedeeld zijn en de rest in Geel B. Hoe krijg je het verzonnen?

Zoals gezegd:

  • Brabant 2000 herstellen met de Hoeksche Waard erbij.
  • Zeeland samen met Goeree‑Overflakkee.

 

Dan ligt het spel meer in de lengte, zoals alle verdelingen zouden moeten liggen. In de breedte is alles te windafhankelijk. Als we straks in één afdeling los gaan, vrees ik voor onze jongen.

Het vliegprogramma voor de oude duiven raakt op zijn einde: nog een nationale, een midfond, een dagfond en dan de nalijn. Bij de jongen gaan we naar de tweede vlucht.

Hier zullen 24 duiven op de dagfond gaan en ongeveer 80 jongen op Cambrai. Enkele hou ik thuis; die zitten apart omdat ze slecht water gedronken hadden, en dat is nog steeds te zien aan hun ontlasting.

Bij de oude denk ik dat het de laatste vlucht gaat worden — daarna laat ik ze bijeen.

Sectorvlucht Oost‑Brabant

In Oost‑Brabant hadden ze afgelopen week een sectorvlucht tegen meer dan 6.000 duiven. De gehele top‑3 bestond uit 50% Embregts‑Theunis duiven — dat zal zeker geen toeval zijn.

  • 1e sector: Lex de Jongh (Team GPS) met een kleindochter Avatar x Witbuiks Best. Die duif won vorig jaar al de 3e Provinciaal Mettet tegen 4.871 duiven.
  • 2e sector: Hun tweede duif, die vorig jaar de 3e Nationaal sector 1B won tegen 4.650 duiven.
  • 3e sector: Auke van der Deen met een duif uit Embregts‑Theunis‑lijnen, een kleinkind van Mysterie Rocket, die de 2e NPO/Nationaal won tegen 6.663 duiven.

Moeizame jonge‑duivenvlucht

We hadden dit keer een mooie vroege lossing met de jongen, maar toch verliep het moeizaam. Wat men bij ons anders doet dan in Zuid‑Holland begrijp ik niet; daar ging het weer stukken beter met de jongen.

Hier mis ik er nog heel wat. Enkele kreeg ik aangemeld boven Brussel — die lijken niet weg geraakt. Natuurlijk is het een selectiesport en het kunnen niet allemaal goede zijn.

Ik heb nogal wat contact links en rechts met echte tophokken in België en Nederland. Als ik dan hoor dat die midden in de week ook nog opleervluchten van 100 km en meer geven, lijkt de trend wel dat we ze heel veel moeten laten trainen.

Nou heb ik veel voor de duiven over, maar midden in de nacht uren gaan rijden met de duiven gaat me te ver. Ze moeten het maar doen met de training aan huis.

Zoals ik vaker schreef creëer je volgens mij een soort duiven die geweldig uit de voeten kan op de snelle, kortere vluchten, maar uiteindelijk verspeel je er veel van op de langere, taaie vluchten.

Herzie de nieuwe indelingen

Zo ben ik ook dit weekend enkele goede oude verspeeld van Toury, een vlucht met alweer veel oost in de wind. En dat is tegenwoordig, met de lossing samen met Zeeland en de eilanden, een enorm probleem aan het worden voor de liefhebbers in Brabant.

Van alle kanten hoor ik verhalen van Brabantse liefhebbers die ermee gaan stoppen als er volgend jaar weer gelost wordt met Zeeland en de eilanden. Over de eilanden hoor ik dan weer dat ze snel terug willen naar Afdeling 5.

Het beste is dat men Brabant 2000 terugbrengt in zijn oude glorie met de Hoeksche Waard, en Zeeland gewoon met Goeree‑Overflakkee. Dit gaat ten koste van de duivensport; op de plaatsen waar het spel zo breed gelegd is, hoor ik dezelfde verhalen.

Toury‑uitslag en een echte klasbak

In Vlieggebied A won ik 1-2-10-12-19-20-25, enzovoort. Mijn eerste won ook vorige week de 1e en zat vijf minuten los op mijn tweede — dat was normaal goed voor de 2e NPO. Ook vorig jaar als jong won hij al drie keer top‑20 NPO, en nu dus in Zuid‑West (het vroegere sectorverband) de 12e en de 18e.

Hij werd vorig jaar over twaalf jonge‑duivenvluchten 2e provinciaal Asduif. Dus dat is een echte goede: vorige week vroeg met overwegend westenwind, nu vroeg met overwegend oostenwind — beide keren minuten vooruit op mijn tweede duif.

Jongen en oude: taai weekend, maar ze staan er weer

Bij de jongen was het een stuk minder, hoewel ze erg goed aanvoelden. De eerste twee kwamen vanachter, en nadien nog heel veel uit de goede lijn, uren later. Dus of ze ergens tussen gekomen zijn of niet weg geraakt zijn — geen idee. Ze zien er wel weer super uit, dus mankeren doen ze niets.

Ook de oude duiven die vorige week 570 km vlogen en nu een hele zware 425 km, staan zo rond als een kogel. Daar werken de Octavit‑capsules die ze elke dag opgestoken krijgen vast aan mee.

We gaan het zien. Volgend weekend de laatste vlucht voor de oude; de mid‑ en dagfondvluchten die daarna nog volgen tellen nergens meer voor mee, dus waarom zou je de duiven erop riskeren.

De eerste miserie

Elk jaar begint bij de jonge duiven de miserie, en vaak ligt het aan onszelf. De telefoontjes die ik dan krijg van Jan en alleman… en ik ben geen dierenarts. De grootste miserie is Adeno na een rotvlucht: stress van de grote mand, een moeilijke vlucht, en dagen later nog terugkerende, ontredderde jongen.

De eerste vijf vluchten moet je kort op de bal spelen: minimaal twee dagen kuren bij thuiskomst tegen Adeno, met daarbij wat Belgasol. Is de mest goed, dan kun je op de derde dag een bruistablet C geven.

Zo krijgen de duiven de eerste dagen na een vlucht meer NPO‑mix toegediend. Dat is lichter verteerbaar en ze krijgen toch voldoende bouwstoffen binnen. Met Prestavit daaroverheen hebben ze eiwitten genoeg.

Selecteren en aanpakken wat moet

Ik hanteer altijd de regel: wat de volgende ochtend voor 9 uur niet thuis is, komt er niet meer bij. Is het een duif waar ik wat in zie, dan gaat die een week apart en krijgt die genoeg eten met zuiver water. Bekomen ze daar niet van, dan verwijder ik ze. Diegenen die een week later wel herstellen, krijgen nog een kans — maar alleen als ik er 100% achter sta.

Na de eerste keer zitten de jongen vaak kop onder de luis; je ziet het aan de onderkant van de vleugels. Dat moet je gelijk aanpakken.

Lossingen en een scheef speelveld

Wij in Brabant zitten met een probleem dat de meeste liefhebbers niet kennen: we wonen aan de grens. Dat betekent dat eerst iedereen in groepen los moet, dan moeten de Belgische duiven thuis zijn van Quiévrain, en pas daarna mogen wij in groepen los — volgens het reglement.

Afgelopen weekend betekende dat dus 10.40 uur los, terwijl Zuid‑Holland altijd vroeg los gaat en de helft van onze problemen niet kent. Zaterdag spelen we bijvoorbeeld Quiévrain 145 km. Als dat weer 10.40 uur los is, arriveren die duiven hier met de voorspelde kopwind rond 12.30 uur. Dan hoef ik niemand uit te leggen dat het dan een pak warmer is dan voor de duiven van Zuid‑Holland, die vanaf 8 uur lossen.

Al wat dit teweeggebracht heeft, is het nationale vliegprogramma. Normaal begonnen wij eerder en zaten we qua lossingen veel verder, zodat we elkaar niet in de weg stonden en ook wij vroeg los konden.

Hetzelfde zien we nu met de nieuwe indelingen. Het zijn een stel slapers die dat zo uitgetekend hebben. We moeten in de lengte spelen en niet in de breedte. Zelfs de vlieggebieden zijn veel te breed; ook die hadden in de lengte gemoeten. Zeeland en Goeree‑Overflakkee bij elkaar, en het oude Brabant 2000 met de Hoeksche Waard bijeen — dan had je een spel in de diepte gehad. Maar er is weer wat neergekalkt zonder goed na te denken of enkele topliefhebbers te raadplegen, en dat kost jammer genoeg alweer een boel leden.

Hoe het ooit leefde — en hoe het nu wegvalt

Mannen zoals Ad Schaerlaeckens en Ludo Claessens hadden destijds wat om naar uit te kijken, zoals eigenlijk heel Nederland. We speelden Nationaal Orléans. Als je de oude films terugkijkt, zie je hoe dat leefde: helikopters met Chinese filmploegen die de lossing volgden.

En nu, dertig jaar later, is eigenlijk alles ontnomen door mensen met weinig tot geen kennis van zaken. Ze weten totaal niet wat er onder de liefhebbers speelt. Ze maken gestuurde enquêtes in hun eigen voordeel om alles te onderbouwen.

De Belgen hebben een massa nationale vluchten waarbij de wind altijd wel een keer voordelig is voor west, oost of middenlijn — en dat leeft daar. Mensen leven naar de Nationale Bourges met oud en jong toe. Gaat het mis of zijn de duiven niet in orde? Niet getreurd: binnen twee weken is er een nieuwe kans.

Ook nu weer hebben we een midweekse opleervlucht, en ook nu weer valt er te lezen: “Na 10 uur, eerst moeten de Belgische duiven thuis zijn.”