Wanneer er duidelijkheid komt over wanneer we kunnen gaan vliegen, weet ik niet. Dat we de laatste twintig jaar weinig wijzer zijn geworden wat de vogelgriep betreft, staat wel vast.

In België zijn ze van start. Vroeger werkten we met cirkels: zat je erin, had je pech; zat je erbuiten, kon je starten.

Tegenwoordig vliegt het hele land niet — solidair met elkaar. Maar dat betekent ook dat wanneer de vogelgriep aanhoudt, we het hele seizoen niet hoeven te vliegen.

Entingen en ongelijkheid

Wij enten onze duiven netjes en verplicht. Die kippenboeren of hobby‑kippenhouders doen dat vaak nog niet. Dus blijven wij met de problemen zitten.

Jammer dat er voor onze duiven geen vrijwaring is. Er is volgens mij nog nooit een duif met vogelgriep geweest, en zoals gezegd doen wij ons best met de jaarlijkse verplichte entingen.

We wachten af, maar veel hoop heb ik niet. Als er in hermetisch afgesloten stallen al uitbraken komen, dan zal het wel aan blijven houden, vrees ik.

Gezondheid begint bij selectie

Met onze duiven selecteren we keihard op gezondheid. Slecht opkomen of te laat uit het ei? Weg ermee. Uiteindelijk hou je de sterkere types over.

Daarnaast geef ik de duiven dagelijks Origanum Red als bijproduct. Als ik daar geen meerwaarde in zou zien, had ik het zeker de laatste vijftien jaar — sinds de Paratyfusuitbraak van 2011 — niet dagelijks gegeven. Liever een bijproduct en vitaminen dan medicatie.

Afgelopen week was ik op de jaarlijkse controle bij Belgica De Weerd. De mest van enkele dagen verzameld en een zestal duiven meegenomen. Er was niets te vinden. Ze hebben eind september een kwart Flagyl gehad en een ronde jongen grootgebracht.

Coccidiose en wormen hebben ze de afgelopen 25 jaar al niet meer gevonden, terwijl ik daar nooit tegen kuur. Zoals gezegd komen er weinig duiven bij — een enkeling per jaar — maar die krijgt dan wel preventief een coccidiose‑tablet en een tricho‑tablet.

Strakke stamopbouw

Al mijn duiven raken elkaar ergens in de stamboom binnen zes generaties. Natuurlijk breng ik elk jaar wel een drietal nieuwe duiven in, maar als het niets is, vertrekken die ook snel — evenals hun nakomelingen.

Overigens worden alle oude en jonge duiven hier verduisterd. Aan het trekken van de eerste twee pennen bij de oude duiven, zoals enkele tophokken doen, doe ik niet mee.

Normaal zouden we binnen drie weken aan de start kunnen staan, maar ik verwacht dat we eerst op de Belgen moeten wachten. Van de NPO hoor je nog steeds niets, dus er zal nog wel geen contact met het ministerie zijn geweest.

Duiven in vorm

De duiven zijn er klaar voor. Nog even op controle voor de zekerheid, maar de mest is super, met hier en daar een donsje erop. Ze trainen steeds beter, dus de conditie is er wel.

De jongen mogen elke dag enkele uren naar buiten. Hier wordt alles samen gespeend, en ik sta er telkens weer van te kijken hoe snel ze buiten komen. Jongen die net gespeend zijn, lopen vaak de dag erna al langs de deur — die altijd openstaat — naar buiten. Bij het minste gevaar schieten ze weer naar binnen.

Er komt een forse ploeg buiten die bij het minste geringste de lucht inslaat. Ze nemen dan ook de jongste mee, die van schrik niet weten waar ze kunnen landen. Ik vind dat een mooi gezicht; ze zitten vaak sneller in de lucht dan je denkt.

Ritme, gemak en discipline

Dat bij spenen is puur uit gemak, zodat alles in één keer los kan in plaats van in meerdere groepen. Hier traint alles in de ochtend, dus om 12 uur gaan de kleppen dicht en heb ik tijd voor mezelf.

Mocht ik een dag weggaan, dan blijft alles die dag binnen — ook dat is geen probleem. Ik ben de baas op het hok, niet de duiven.

De jongen krijgen eind van de middag volle bak. Na een uur maak ik de bak leeg; de korrels op de vloer kunnen ze de volgende dag nog opeten. Wanneer ik de jongen om 12 uur binnenhaal, moet alles binnen no‑time binnen zitten, dus in de ochtend krijgen ze geen eten.

Bij de oude duiven gaan de duivinnen om 8 uur eruit na de verduistering, de doffers een uur later — die kunnen wat minder goed tegen de kou dan de dames. Ook hier geldt: klep open, en binnen een mum van tijd moet alles binnen zitten. Discipline, anders ga je jezelf ergeren. Alles wat niet in de pas wil lopen, wordt vroeg of laat toch verwijderd.

Roofvogel blijft actief

De roofvogel jaagt nog elke dag, maar vooralsnog lijkt het erop dat hij de duiven bij de overbuurman lekkerder vindt. Of de keuze hier is te groot voor hem. De overbuurman heeft een kleiner ploegje buiten, maar is vaker de klos.

Waarom rijden als we nog niet mogen vliegen

Zo vroeg iemand of ik al met de duiven gereden had met dit mooie weer. Dat is totaal nog niet bij me opgekomen. We mogen nog niet eens vliegen, dus waarom zou ik ze nu al wegbrengen?

De duiven laat ik nu 45 minuten trainen. Een uur is nergens voor nodig. Ze hoeven niet vanaf de eerste vlucht top te zijn — dat komt vanzelf wanneer ze elke week de mand zien. Nu is het vooral een kwestie van de winterstijfheid kwijt raken, vandaar dat ze elke dag 45 minuten mogen trainen.

Als het licht op groen staat, breng ik ze uiteraard één of twee keer naar 30 km. Wel komen ze nu elke zaterdagavond bijeen tot zondagmorgen.

Jongen opleren: niet te vroeg

Zoals eerder vermeld leer ik de jongen niet voor half mei op — dat is verspilde moeite. We beginnen in Nederland nu eenmaal later dan in België.

In België hebben de meeste liefhebbers hun eerste ronde apart van de andere rondes. Hier wordt gewoon tot half april bijgespeend.

Verschillende systemen, zelfde doel

Bij mijn overbuurman worden de oude vliegduiven ergens in januari gekoppeld. Die blijven vervolgens tot half april onafgebroken bijeen. Uiteraard worden ze verduisterd. Hij doet dat al jaren zo en speelt elk jaar diverse malen top‑10 NPO met amper vijftien koppels duiven.

Er zijn dus verschillende wegen die naar Rome leiden — uiteindelijk draait het om de goede duiven, en die zitten erg dun verdeeld.

Vuile neuzen

In korte tijd heb ik enkele mails gekregen van liefhebbers met jongen met vuile of natte neuzen. Dat lijkt me Ornithose of Chlamydia, en volgens mij alleen op te lossen met een kuur waar Doxycycline in zit — al ben ik uiteraard geen dierenarts.

Beter is het om op zoek te gaan naar de oorzaak. Je hoort het vaker bij jongen die de kleine pluimpjes wisselen. Mijn gedachtegang: overbevolking, tocht, een vochtig hok, of het zit simpelweg in de stam.

Voor mij is zoiets onbekend. Ik heb nog nooit een jong op het hok gehad met een vuile neus. Mocht er ooit één tussen zitten, dan is hij gezien en wordt hij verwijderd. Ik selecteer mijn hele leven al keihard op gezondheid; individuele duiven met medicatie in leven houden is aan mij niet besteed.

Hard selecteren vanaf dag één

Ik hou niet van zwakte, en dat begint al wanneer ze uitkomen. Ik ring de jongen van een koppel graag dezelfde dag. Moet ik een jong een dag later ringen, dan ruim ik dat jong — zo simpel ligt dat hier.

Bij het spenen krijgen ze hun Paramyxo‑Rota‑enting. Zodra alles gespeend is, doet de dierenarts de Colombovac‑enting én de pokkenenting met het kwastje op het borstvlees. Daar moeten ze zich maar mee redden.

Een week of drie voor de eerste prijsvlucht krijgt alles nog een Paratyfus‑enting met een dood vaccin. Hier dus geen Herpes‑ of Adeno‑enting, simpelweg omdat ik daar niet in geloof.

Alle duiven, jong en oud, krijgen wel elke dag het hele jaar door Origanum Red over het voer om de weerstand te versterken — beter dan telkens preventieve kuurtjes geven tegen alles en nog wat.

Voeding: eenvoud werkt

Over voeding denk ik al dertig jaar hetzelfde. Hier gebeurt alles met één mengeling. Vandaag dit, morgen dat — ik kan niet geloven dat dat goed is voor de spijsvertering. Vandaar dat onze mengeling uit veel granen en zaden bestaat en erg vetrijk is, oftewel licht verteerbaar.

Gerst is voor mij kippen‑ of varkensvoer; er zit geen enkele toegevoegde voedingswaarde in. Dat het mengelingen “lichter” zou maken, zit tussen de oren van liefhebbers. Geef het maar volle bak en je zult zien dat de duiven aanvetten en zeker geen mooi roze borstvlees hebben. Nee, dan kies ik liever voor ongepelde rijst in een mengeling.

Wil je de duiven meer laten trainen, geef ze dan 50% Championsmix en 50% NPO‑mix, en pas het aantal grammen per dag aan naar een dikke 20 gram. Dan hangen ze vanzelf hoog in de lucht.

Zoals vóór corona zitten we opnieuw in de ban van de vogelgriep. Ik ben benieuwd wanneer er meer nieuws komt over wanneer we kunnen gaan vliegen.

De jongen zijn inmiddels weg bij de oude, en de oude trainen op dit moment al aardig. Zodra het licht op groen gaat, breng ik ze enkele keren weg en dan kan het weer beginnen.

De jongen waarmee gespeeld gaat worden zitten er bijna af. Dit jaar heb ik er zo’n vijftig minder gekweekt om mee te spelen, maar de ploeg is nog groot genoeg.

Zoals eerder gemeld is het hok van de vierde ronde afgelopen najaar afgebroken — zelfbescherming, haha.

Selectie en aanvallen

De eerste jongen zijn inmiddels gepakt en enkele verwijderd. We hebben in het buitengebied nu eenmaal wat meer jongen nodig; we moeten inspelen op de aanvallen.

Vorig jaar had ik na enkele vluchten nog een dikke zeventig jongen over om mee te spelen, en dat beviel me best. Of het er dit jaar wat minder of meer zijn, zal het voorjaar uitwijzen.

Kwalitatief zien ze er perfect uit; ze zijn geweldig goed opgekomen. Van de vliegers heb ik de beste doffers op de beste duivinnen gekoppeld en die twee keer laten leggen, zodat ik er vier jongen van heb. Hun ouders wonnen beide top‑10 in de afdeling — ik ben benieuwd.

De kwekers hadden elke 4,5 week nieuwe eitjes en er was haast niets kapot gevochten of onbevrucht.

De jongen krijgen drie keer per week Sedochol nu ze in de rui van de kleine veertjes zitten; de rest van de dagen Naturaline met extra look in het water.

Ook de oude krijgen nu tien dagen Naturaline om de boel in orde te zetten na de kweek.

Thuis afslaan

Verder ben ik druk bezig met het uitzoeken hoe ik thuis kan afslaan met de Benzing M3. De abonnementskosten zijn €93 voor twee jaar. Nu nog even uitpluizen wat er in de vereniging geregeld moet worden — we moeten immers met de tijd mee.

Ik kan dan van huis uit afslaan en hoef niet per se naar het lokaal als het me niet uitkomt. In mijn omgeving woont verder niemand die alle vluchten vliegt en eventueel mijn klok kan meenemen, dus thuis afslaan zou ideaal zijn.

Voeding en opleren

De jonge duiven krijgen nu de basismengeling: vier zakken Championsmix gemengd met één zak vernieuwde NPO‑mix. Daar neem ik vier delen van, en daar doe ik nog één deel oude NPO‑mix bij — ik had er nog een stuk of twaalf zakken van liggen.

De mengeling is dus iets lichter op dit moment, en dat is aan de jongen te merken. Waar ze anders rondslenteren, vliegen ze nu stevig rond ondanks de lichtere mengeling. Nodig is dat nog lang niet; het duurt nog een eeuwigheid voordat we met de jongen op pad gaan. Vroeger was dat vanaf half tot eind april, nu een dikke maand later.

Ik ben er inmiddels wel achter dat slimheid aangeboren is en dat we dat niet kunnen aanleren door ze veelvuldig weg te brengen. We bereiken er alleen maar conditieopbouw mee — en dat wil ik niet te vroeg hebben. Het gaat mij immers om de NPO‑vluchten. Dingen die onnodige energie en tijd kosten of geen toegevoegde waarde hebben, doe ik niet meer.

Op GPS staat de laatste geschonken bon van het jaar, en die loopt deze week af. Doe er uw ding mee, zou ik zeggen.