Drie koppels die het verschil maakten

Zo had ik in mijn leven maar drie écht goede kweekkoppels: het Teletekst‑koppel in de jaren ’90, het Millennium‑koppel en het Gouden Koppel.

Het Gouden Koppel bestaat uit een zoon van het Millennium‑koppel maal een rechtstreekse dochter van Super Rossi. Ik noemde haar Golden Ace — ze won twee keer de 1e in het rayon tegen gemiddeld 6.000 duiven en één keer de 2e als jonge duif.

Nieuwe referentie uit China

Vandaag kreeg ik een referentie van mijn Chinese vriend: een dochter van Millenniums Gold (de moeder van Pure Gold, die twee keer 1e Nationaal Asduif werd als jong) werd daar grootmoeder van een 1e Asduif in een grote eenhoksrace.

 

 

Het verhaal van de twee laatjes

Aan die Millenniums Gold kleeft nog een mooi verhaal.

Ik kreeg destijds een zoon van Uranus van Willem de Bruijn — waar ik erg succesvol mee was. Uit dank mocht Willem een jong uit het Gouden Koppel kiezen.

Er zaten zeven jongen in de mand, waaronder twee laatjes. Die laatjes werden door Willem aan de kant gelegd: te jong. Een jaar later gooide ik die twee laatjes in een hok met twee loszittende doffers. Beide hadden een bevrucht eitje:

  • het ene jong ging naar Jan → werd 3e Nationaal Asduif
  • het andere bleef hier → werd Pure Gold, 2× 1e Nationaal Asduif

 

De kracht van het Gouden Koppel

Het Gouden Koppel gaf nog veel meer:

  • ouders van Blue Diamond, 1e Grand Prix Melun
  • Blue Diamond werd moeder van National Torres
    • 1e NPO Issoudun
    • 2e Nationaal en twee weken eerder 2e NPO Châteauroux
  • Torres Diamond kwam ook uit haar:
    • 5× top‑10 NPO
    • groeit hier nu uit tot een topkweker

 

Ik gaf ook eens een koppel jongen uit het Gouden Koppel aan Jan:

  • de ene werd 1e Nationaal Asduif
  • de nestmaat 11e Nationaal Asduif

 

Een andere dochter werd weer moeder van de 1e NPO tegen 10.000 duiven.

De doffer van het Ace Pair komt óók uit het Gouden Koppel en werd al vader van de 1e Gouden Crack FZN en vorig jaar van de 2e Provinciaal Asduif jong. En zo zijn er nog veel meer goede nazaten uit voortgekomen.

Sterke basislijnen

Aan de basis lag het Millennium‑koppel en Super Rossi. Laatstgenoemde komt uit een rechtstreekse Heremans (Nieuwe Rossi × Eenoogje), gekoppeld aan Miss Gold Nugget, die weer uit Young Witbuik kwam.

Kortom, goede lijnen blijven generaties later gewoon terugkomen.

P.S. De keuze van Willem werd uiteindelijk ook een erg goede kweekduivin.

Zaterdag gaan we alweer naar de tweede vlucht. We moeten erbij zijn — het jaar is namelijk zo weer voorbij, hoe gek het ook klinkt.

Hier begon de eerste vlucht met de 1e en 2e in de vereniging tegen 922 duiven, en 5e in het gesplitste rayon Geel A tegen 1.786 duiven. Aankomend weekend nog een versnipperde uitslag; de week daarna gaat gelukkig alles weer in één keer los.

Eerste referentie van het jaar

De eerste referentie van dit jaar kwam van Maarten Huijsmans, woonachtig in West‑Brabant maar door de nieuwe indeling nu spelend in Zeeland op de snelheid. Maarten won gelijk de 1e tegen 4.860 duiven.

De moeder van die duif kwam van ons hok, uit Millenniums Winner, die ook al een 1e NPO had. Zij zat gekoppeld aan Witbuiks Best, die eveneens een 1e NPO won. Beide vlogen overigens als jonge duif bij Jan in Friesland voordat ze hier naar de kweek kwamen.

De lijn van Blue Witbuik

Witbuiks Best komt hier uit de allerbeste kweker van het moment: Blue Witbuik, een kleinzoon van de oude Witbuik.

Terecht een topkweker — acht kinderen van hem, met verschillende partners, wonnen al top‑10 NPO. En dan heb ik het nog niet eens over zijn kleinkinderen.

Aan moederszijde komt Blue Witbuik uit een kleindochter van Super Rossi en Olympic Millennium — de allerbeste lijnen dus.

Kweekkoppels voor de toekomst

Momenteel staat hij gekoppeld aan Witbuiks Queen, met zeven keer top‑10 NPO. Haar vader is New Witbuik, zelf 3e Nationaal Asduif, en dus een halfbroer van Blue Witbuik. De moeder van Witbuiks Queen is nog een directe dochter van Super Rossi.

Hun jongen zijn uiteraard bestemd voor het kweekhok.

Ze hadden het over een noordwestenwind, maar uiteindelijk werd het meer west. We weten inmiddels wel dat de oostelijk gelegen hokken dan ver in het voordeel zijn in het grotere verband.

Hier waren er in de vereniging meer dan 900 duiven weg en begon ik met 1 en 2. In het speelgebied — waar ik de punten op de vitesse uit moet halen — waren er 1700 weg.

Indelingen die niet kloppen

Zoals ik eerder aangaf, zijn de indelingen niet goed gemaakt. In de andere speelgebieden gaan er twee keer zoveel duiven weg. En natuurlijk zaten er hier een aantal hokken in de vogelgriepcirkel, maar ik denk dat wanneer die volgende week weer meedoen, er nog steeds een groot verschil in aantallen duiven is.

Dat zou niet moeten kunnen, omdat wij dan te weinig punten kunnen halen voor de nationale kampioenschappen.

Zelf ben ik al geen voorstander van al dat gesplits. Kijk naar Afdeling Friesland bijvoorbeeld: vanaf het begin alles gelijk los en dik 18.000 duiven in concours. Hier blijft men vasthouden aan het deur‑voor‑deur‑beleid.

Verder

We maken ons op voor vlucht 2. Hier een doffer op de draad en één met vleugelproblemen, dus het kort verder in.

De jongen doen het super. Ze vliegen erg hoog en trekken met regelmaat weg. De mest is mooi in bolletjes, maar ik weet inmiddels dat het zeker nog een keer gaat veranderen in misère.

Regen op komst

Tot nu toe hadden we mooi weer, maar zoals het er nu op lijkt, is er toch regen voorspeld op de vluchtdag. En dat die regen komt, is zeker — dat voel ik vaak al dagen van tevoren aan mijn rugkwaal.

Hier gaan er veertig mee voor de eerste officiële prijsvlucht. De duiven lijken me in orde. Ik doe er verder weinig aan dan ze eenmaal daags te laten trainen. Bij thuiskomst gaat er een bruistablet C in het water, verder niets. Bij één nacht mand vind ik een ontsmettingskuur niet nodig.

Geen gedoe met luchtwegen of koppen

Ook voor de luchtwegen doe ik niets — daar is het nog niet warm genoeg voor. En voor de koppen doe ik zeker niets. De ramen staan hier het hele jaar open en de duiven trainen vanaf 8 uur in de ochtend. Ook dan is het niet warm, dus daar kunnen ze best tegen.

Luis: het eerste echte probleem

Wat wél al snel een probleem wordt zodra ze enkele keren in de mand gezeten hebben, is luis. En die luizen zijn tegenwoordig niet gemakkelijk meer te bestrijden.

Vroeger gaf ik de nekdruppels van Schroeder, maar uiteindelijk — twee in de nek en twee op het borstvlees — hielpen die niet echt meer, was mijn ervaring.

Nu geef ik sinds enkele jaren enkele druppels onder de vleugels, twee keer per jaar, met een product waar ze schijnbaar ook koeien mee behandelen. Dat werkt perfect.

Vroeger gaf ik Noury voor hoofdluis bij mensen. Ik stak een slagpen in dat flesje en smeerde het aan beide zijden onder de vleugels. De geur vergeet ik nooit meer. Het product waar ik nu mee druppel ruikt precies hetzelfde.

Simpel systeem, duidelijke selectie

Verder hou ik alles zo simpel mogelijk: elke dag dezelfde mengeling, veel frisse lucht en om de dag Naturaline in het water bij kweek- en jonge duiven. Bij de vliegers niet meer om de dag in het vliegseizoen, maar vaak op de dinsdag — soms ook op de zondag.

Over enkele weken gaan we al snel zien welke het kunnen en welke niet. Over de concurrentie kan ik simpel zijn: dat zijn vaak dezelfde hokken als het jaar ervoor.

De duiven hadden hier Bierges, 90 km. In de vereniging was het klokkentesten voor wie dat wilde.

Hier kwamen de duiven goed, alleen de eerste zes vlogen minuten rond voordat ze vielen. De volgende groep van een stuk of acht herhaalde hetzelfde kunstje.

Het zal er allemaal wel mee te maken hebben dat het te gemakkelijk ging. Ze zijn in ieder geval in orde, en de betere duiven van vorig jaar lieten zich gelijk al gelden — iets wat te verwachten is. Een mindere duif wordt namelijk zelden beter.

Nieuwe indelingen: weinig logica

Volgende week gaan ze voor prijs, al is alles wel erg onoverzichtelijk met de nieuwe indelingen. Ze hebben mij bij de meer oostelijke hokken ingedeeld, maar waarom ze daar ook het westelijk gelegen Langeweg en Zevenbergen bij hebben gezet, gaat mijn pet te boven.

Op de vitesse in de vereniging ben ik met de liefhebbers van de Langeweg, Zevenbergen en Zevenbergse Hoek dus ingedeeld bij het vroegere RCC‑speelgebied, terwijl de rest van de vereniging bij het westelijk gelegen deel zit.

Volgens mij hebben ze in de donkerte, of niet helemaal helder van geest, hier en daar wat scheidingslijnen getekend. Anders zou ik het ook niet weten. Maar goed, we doen het er maar mee; veel anders kunnen we toch niet meer.

Jonge duiven

De jongen vliegen inmiddels goed rond. Ik zou ze al op kunnen leren, maar ik wacht daar nog een maandje mee.