Als je blogs schrijft krijg je nogal eens vragen of reacties. Soms positief, soms negatief. Ik blijf erbij dat iedereen zelf mag weten hoe hij of zij over bepaalde dingen denkt.

Een veelvoorkomende vraag is hoe en wat ik mijn duiven voer. Het voeren lijkt me duidelijk, dat staat hier uitgebreid beschreven. Het komt erop neer dat ik op gevoel voer. Naargelang de vlucht en windrichting maak ik het voer vetter door richting de dag van inkorven ´s avonds extra NPO-mix te geven.

In het vliegseizoen zit soms LTW of Belgasol in het water, voornamelijk bij warm weer. Bij alle jonge en kweekduiven zit Naturaline met extra look in het drinkwater. Ik verbruik ongeveer 20 liter Naturaline per jaar en tien bollen knoflook.

Veranderen doe ik niet snel. Ik test wel eens een supplement, maar als het geen toegevoegde waarde heeft stop ik er ook snel weer mee. Ik gebruik af en toe de mineralen- en conditiemix van Mariën en de Olympic MG Mix van Beute, maar moet bekennen dat ik ook kampioen ben geworden in jaren dat ik dat niet gaf. Wel geef ik dagelijks onze Champions Mineralenmix, een combinatie van toevoegingen waarvan ik geloof dat ze meerwaarde bieden.

Het is een wereld van verschil of je alleen vitesse speelt of met diezelfde duiven ook elke week mid- en dagfond speelt. In een normaal seizoen gaan de duiven minimaal 22x mee op alle vluchten en dan zijn sommige supplementen wel een welkome aanvulling.

De trek

Ik ontving een mail van een jonge speler die in een gebied speelt met veel overnachtspelers. Hij pakt zo nu en dan een erg vroege duif maar moet dan vaak lang wachten op zijn tweede. Hij dacht dat de massa de trek bepaalt en dat er daarom in sommige gebieden zo hard gespeeld wordt. Mijns inziens heeft hij deels gelijk en deels niet.

Als je in een hoek woont waar hard gespeeld wordt, moeten daar meerdere goede duiven heen, vandaar dat ze daar dikker opeen vallen. Grote hokken zijn niet per se een probleem, maar wel als ze goede duiven hebben. Zij bepalen dan inderdaad de trek van de kopduiven, maar dat is hoe ik erover denk. Je ziet dat in sommige dorpen waar vroeger hard gespeeld werd. Bepaalde topspelers stoppen ermee of zijn door hun duiven heen en het gehele dorp kan niet meer meekomen in het samenspel.

Na de eerste vluchten volgen ook de eerste referenties. Peter Admiraal wint de 1e in Brabant 2000 tegen 19.677 duiven met een kleinkind van Wariors Boy. Hij wint overigens ook de 2e, beide duiven zijn gekweekt door Peter Colijn.

In Friesland wint Jouke Elzinga de 2e tegen 20.244 duiven met een kleinzoon van Super Rossi die toen in samenkweek zat met de moeder van Prince Esmee. Die is van 2019 en heeft al 8x 1:100 gewonnen, daar mogen we dus nog veel van verwachten. Als ik me niet vergis werd een zus van hem eerder al 7e nationaal duifkampioen.

Bovenstaande titel is nu eenmaal een feit. Dat hier aan de westkant niets te halen viel, had ik al wel gedacht. De vlucht had een westelijke ligging met daarbovenop nog een stevige ZW wind. De oostelijk gelegen hokken waren op voorhand favoriet. De duiven zaten er en ze kregen vaak nog minuten toegeworpen.

Ik heb mijn mening daar al vaker over gegeven. Als je aan de buitenrand van een afdeling woont en je hebt goede duiven dan kan je series draaien als de wind oost of west staat. Centraal in de afdeling, zoals hier, heb je noorden of zuidenwind nodig om te rammelen.

Bij ons was dat te zien. Tegen Hoogerheide en omstreken is niet te spelen met een oostenwind, dan krijgen ze de duiven in de schoot geworpen. Gisteren zaten er in ons samenspel (centraal gelegen in de afdeling) alleen al dik 60 duiven voor de eerste in afdeling 1 viel.

Hetzelfde zien we met Goirle en omstreken met een westenwind en dan beperk ik me tot Brabant 2000. Zoals ik al meerdere personen heb horen zeggen: uitslagen lezen is een kunst.

Hier viel het mee. Als meest westelijk gelegen hok in de vereniging en samenspel begin ik met de 4e en werden er in het Rayon tegen 6.209 duiven nog 38 prijzen behaald van de 52 duiven mee. Daar begon ik met de 10e plaats. Gematigd tevreden, dus. Twintig duiven 1:10 van de 52 wil zeggen dat ze wel in orde zijn en ik niet hoef te panikeren. De twee ervaren getekende duiven waren mijlenver mis.

We gaan naar Frankrijk op 183 km, een goede anderhalf à twee uur vliegen voor onze atleten. Ik geef er 52 mee. Eén duivin is achtergebleven vorige week, maar al met al zijn het er nog teveel. Binnen nu en enkele weken valt voor enkelen het doek. Ik wil er 40 overhouden waar ik mijn aandacht aan besteed.

Mijn 1e getekende is Blue Caprine. Deze duif is van 2017 maar won al 32x per tiental. De 2e getekende is Super Gold, ook van 2017, en won eerder 25x per tiental. Beide duiven hebben ook teletekst en meerdere keren per honderdtal gevlogen.

Mijn aandacht gaat naar duiven die meerdere keren per honderdtal spelen. Bij oude duiven het liefst meer dan drie keer en bij jonge meer dan twee keer. Dit zijn duiven die het verschil kunnen maken en 1e prijzen kunnen vliegen.

De overnachtduiven die ik speel onder Timmermans-Theunis (een gezamenlijk project van mij en Jan) deden het perfect afgelopen weekend. Van de zeventien meegegeven duiven drie per tiental en twaalf per viertal.

Let wel, de meeste staan nog op één of twee oude pennen en zijn gekweekt uit laatjes en vorig jaar eind mei / begin juni gespeend. Die heb ik niet opgeleerd maar direct op 145 km gezet op de nalijn. De inkorvers in de vereniging dachten destijds dat ik ze allemaal kwijt zou raken.

Ze hebben er wel een week over gedaan om thuis te komen maar toch, ze zijn daarna nog op 245 en 300 km gezet en verder de gehele winter los geweest. Ook voor deze duiven geldt: ze kunnen het of ze kunnen het niet. Wat er niet in zit zal er niet uit komen, al houd je ze zes jaar aan.

Super Daisy bijvoorbeeld won op twee oude pennen (eind mei gespeend) als jaarling onder andere de 1e NPO Argenton tegen 5.187 duiven aan 1100 mpm en de 6e NPO Pont-Sainte-Maxence tegen 11.447 duiven. In totaal won ze 7x 1:100 in haar korte carrière voordat ze als jaarling naar het kweekhok verhuisde. Haar nestzus is direct naar de kweek gegaan en heeft nooit gevlogen.

Voor de Belgen is de nachtmerrie voorbij, zij mogen vliegen. Wij spelen zaterdag Niergnies met een ZW wind. Sommige vinden dat mooi, ik vind er weinig aan. Ik heb liever zwaardere vluchten. De afstand voor mij is 180 km, maar al was het 250 km, dan deed ik alsnog mee. Zoals ik al zei: duiven geven niet om afstand mits ze goed verzorgd en in orde zijn.

De jonge duiven zijn gisteren in groepjes van tien rond 11.15 uur in het westen gelost op zo’n 20 km. Ditmaal met de wind vanachter, terwijl ze daarvoor alleen kopwind hadden. Het gevolg is dat ze er de gehele dag over deden en één voor één arriveerden. Nu zijn er van de 132 nog 4 weg.

Normaal zou je denken dat dit een goede leerschool is, maar dat is niet altijd zo. Ik heb in het verleden vaak meegemaakt dat ze één voor één thuiskwamen en daarna gingen er op de eerste prijsvlucht alsnog veel verloren. Het zijn immers niet allemaal goede, ook al komen ze uit goede ouders. Dat zou te makkelijk zijn.

Ik draai niet snel om de feiten heen. Mensen die met 100 jongen starten en er zogezegd geen kwijt zijn, maar toch met een verschil van 100 of 200 in hun ringenserie zitten, geloof ik niet snel. Het is nu eenmaal wat het is. De duivensport draait vaak uit op teleurstellingen, maar daar zal je mee om moeten gaan.

Gisteravond werd ik tweemaal gebeld voor een opgevangen jong, eentje zat op amper 5 km. Terughalen doe ik niet, de andere 128 kwamen namelijk wel alleen thuis. Vorig jaar heb ik de proef op de som genomen en van de slechte Quiévrain vlucht acht jongen opgehaald. Nadien ben ik ze allemaal weer kwijtgeraakt. Die hebben het niet in zich en bij de geringste tegenslag springen ze bij een ander binnen.

Nu zullen er veel roepen “ik haalde er één terug en dat werd nadien een goede”, maar dat zal dan vaak bij vitesse spelers het geval zijn. Zodra het taai wordt haken zulke duiven vaak weer af. Het draait om selecteren en zulke duiven horen niet thuis op mijn hok.

Nieuwe afhaaltijden

Omdat het vliegseizoen weer begonnen is, zijn wij op zaterdagen een uurtje eerder open en sluiten we een uurtje eerder, namelijk van 08.00 tot 10.00 uur. De woensdagen blijven hetzelfde, dan is iedereen van harte welkom tussen 15.00 en 17.00 uur.