In de duivensport is een hoop haat en nijd onderling. Kijk, ik speel ook het liefst iedere week eerst, maar dat wil zeker niet zeggen dat ik het een ander niet gun.

Wat dat aangaat, heb ik altijd respect voor mensen die een mooie uitslag maken of concoursen winnen. Of dat nu vriend of vijand is of een grote of kleine liefhebber, dat maakt me allemaal niet uit.

Zo probeer ik ook altijd netjes alle binnenkomende vragen te beantwoorden, ook al zijn er mensen die me al jaren dezelfde vragen stellen en er schijnbaar niets van leren of moeite hebben met onthouden.

Keep it simple

Ik hanteer hier één systeem, en dat houd in dat ik het mezelf niet te moeilijk maak. Eén mengeling en de NPO-mix erbij om bij te kunnen sturen.

Aan voedingssupplementen hecht ik steeds minder waarde, hetzelfde geldt voor medicijnen. Ik geloof meer in de natuurlijke weerstand van duiven en in kwaliteit.

Morgen staat er waarschijnlijk wind aan kop, dan zullen er een boel getekende duiven gepakt worden overal en dat is tevens het enige waar het écht om draait: goede duiven.

Het nadeel is dat iedereen maar één of enkele duiven heeft die net dat beetje extra kunnen geven en waar je op kunt rekenen wat kopvliegen betreft. De meeste duiven zijn ‘lucky shots’ zoals ze dat vandaag de dag noemen. Eén dag komen ze vroeg en dan weer wekenlang laat.

Zo zijn er vaak ook maar enkele kweekduiven die 1e prijswinnaars geven en het gros geeft prijsvliegers of minder, zo simpel is dat.

Om die reden is de zoektocht naar versterking enorm moeilijk, vooral in België. Daar lijken ze steevast overtuigd dat het allemaal goede zijn of dat ze allemaal goede hebben.

Aanstaande zaterdag 248 km met een NO wind, een kort vluchtje dat zo’n 3 uur zal duren. Hier gaan alle duiven mee, ook degene die een week later naar de dagfond gaan.

Ik heb geen goede ervaringen met duiven thuishouden. Daarnaast zullen ze van 3 uur vliegen niet zoveel last hebben.

Ik ben er nog niet aan uit wie of wat er op de dagfond gaan, het zullen vooral duiven van twee jaar zijn. Mocht het een gemakkelijke vlucht worden, dan zet ik misschien wel wat meer jaarlingen in.

We hebben dit jaar zes dagfondconcoursen, dus is het een kwestie van doseren en niet op één paard wedden. En zoals ik al eerder vermeldde: duiven die er nog niet klaar voor zijn en op de midfond een kwartier tekortkomen, gaan op de dagfond een half uur te laat zijn.

In principe gaat het duivenspel nu pas van start, aangezien de mooie mid- en dagfond concoursen nu pas gaan beginnen.

Bij de oude duiven kunnen we inmiddels zien wie ballast is en wie niet volledig aan de verwachtingen voldoet. Deze kun je het beste verwijderen, dit zorgt ervoor dat de overgeblevenen meer zuurstof krijgen en beter gaan trainen.

Mindere duiven komen bij een training meestal als eerste terug naar het hok en trekken de anderen met zich mee. De aandacht op het hok kan beter bij de goede liggen, de twijfelaars hebben inmiddels genoeg kansen gehad.

Ze hebben ook al een keer tegenwind gehad. Nee, als ze zich nu niet hebben laten zien, dan gaan ze dat op dagfond ook niet snel doen.

Een hok dat totaal niet draait is natuurlijk een ander verhaal. Bij 100% gezondheid mag best aan de kwaliteit getwijfeld worden.

Natuurlijke selectie

De jongen zijn hier verlost van alle Adeno ellende, het heeft wel een boel jongen gekost.We gaan echter verder met de duiven die er nog zijn. Ik had een stuk of zes doden, maar heb er zelf heel wat verwijderd die erin bleven hangen.

Het zal toeval zijn, maar uit mijn vier topkwekers met meerdere duivinnen is er niet één ziek geweest en daar lopen er toch zo’n 40 van rond. De zwakkere exemplaren vielen massaal uit. Misschien een goede selectie, de tijd zal het leren.

Duiven die weer gewoon vaste mest produceren, maar die toch licht groen van kleur is, kun je beter verwijderen. Deze zijn te ver heen vanbinnen en zul je als eerste verspelen.

Alles traint hier weer top. Ze zijn al enkele keren op pad geweest en dat zal de komende weken alleen maar opgevoerd worden. Uit alle richtingen, mand voor mand en uiteindelijk één voor één.

Het gaat immers om die enkele topper die ertussen loopt, dus moet je ze een goede leerschool geven en al vroeg het kaf van het koren scheiden.

De man links op de foto, wijlen Willem van Peer alias Willem van Schutters uit St. Willebrord, is degene waar ik alles van geleerd heb. Hij kon zich als geen ander toeleggen op speciale vluchten. Als er iets te winnen viel, of het nu fietsen of zelfs auto’s waren, Willem won ze.

Hij won zelfs Nationaal Orléans in 1980 met de jonge duiven, toen nog over geheel Nederland tegen dik 200.000d. Dit deed hij bijna over in 1992, maar toen strandde hij op de 2e plaats doordat ze niet naar binnen kwam.

Willem is iemand van de gouden generatie op postduivengebied. Als hij nog zou leven, was hij nu achter in de 80. Willem is tevens de grondlegger van de Championsmix.

Ik liet deze begin jaren ’90 met hem mengen bij Van Camp in Boechout, België. Toentertijd nog in jute balen van 50 kg. De mengeling was toen veel zwaarder dan nu. Ik heb hem in de loop der jaren wat lichter en vetrijker gemaakt.

De geheimen

Willem geloofde in dovenetel thee met honing bij thuiskomst en de dag erna Aviol, toen nog de zwarte variant.

Daarnaast werden de weduwnaars na een slecht verlopen vlucht ’s avonds laat naar binnen gehaald en gewassen in warm water. Daarna sliepen ze in de mand bij de verwarming, om ‘s ochtends weer fris op hun hok te belanden.

Willem heeft het nooit in veel duiven gezocht, alleen in goede. Lange lijven en stevig gespierd hadden zijn voorkeur. Ik ben vaak met hem in België geweest, dan nam hij er vaak maar één mee, maar wel een goede.

Het was me ‘t vluchtje wel. Een ZO wind kost vaak pluimen en dat was ditmaal niet anders. Hier zijn nog drie doffers weg, die zijn minder taai dan duivinnen en komen dus slechter na.

Ik was dan ook blij dat mijn 1e en 2e getekende bij mijn eerste tien duiven zaten. Grote verschillen in aankomst en dus volop kans voor de gewone melker om ook eens aan kop te liggen, wat overigens goed is voor de duivensport.

Ik las afgelopen week een artikel van Theo Pander, iemand die ik respecteer en wiens artikelen ik regelmatig lees overigens. Ik hou wel van mensen die niet om de hete brij heen draaien en dingen durven te roepen die anderen denken. Tevens speelt de beste man hard met duiven.

Ik ben zelf ook iemand die nergens loopt te slijmen, maar alles zelf voor elkaar probeert te krijgen door dingen uit te testen en regelmatig op mijn bek te gaan. Door schade en schande wordt men immers wijs.

Theo had het over de mpm bij hun en in Brabant 2000, maar duiven gelost in Nederland of in Frankrijk is appels met peren vergelijken. Dat is ook zo. Met een oostelijk of westelijk gelegen losplaats krijg je ook verschil in mpm.

Over de tussenstanden van de nationale kampioenschappen zullen we het maar niet meer hebben, dan kunnen wij in Brabant 2000 alles beter opruimen. Ik vermoed dat we dat meer in systeem- of puntenberekening moeten zoeken.

We kunnen in Nederland nu eenmaal nooit in een eerlijke competitie strijden met elkaar, maar goede duiven zitten overal, zo simpel is dat.