Een succesvolle kweek begint bij jezelf. Overal kan je wel iets lezen over hoe tophokken hun duiven voorbereiden richting het kweekseizoen. Ondanks dat bakt 75% van de duivenmelkers er niets van. Zij slingeren de duiven maar bij elkaar wanneer ze daar zin in hebben.

Het gevolg: duiven die laat of niet op eitjes komen, kapot gevochten nesten, gedemotiveerde duiven op de grond die uit hun bak zijn gejaagd, veel onbevruchte eieren, jongen die slecht opkomen, enzovoorts.

Sommige leren het nooit, terwijl het niet moeilijk hoeft te zijn. Het is een kwestie van voorbereiding en die start na de laatste vlucht. Hier hebben alle duiven een paratyfuskuur- en enting achter de rug, alsmede een paramyxo-enting, geeltablet en luisdruppel.

De bakken staan al een week open en ik ben ze nu vijf dagen aan het bijlichten om alles op gang te brengen. Mijn duiven eten 12 maanden per jaar 80% Championsmix en 20% NPO-mix, daar zijn ze op ingespeeld. Ze vreten zich daar niet vet aan waardoor ze het gehele jaar in conditie zijn.

Als je ze nu aan een rui- of lichte mengeling hebt zitten en dan overstapt op kweekvoer, dan hebben de ingewanden en darmflora van je duiven daar moeite mee. De meeste duiven zullen zich dan overeten aan de andere granen die ze opeens krijgen voorgeschoteld of de vaak erg aanwezige erwten. Het gevolg: binnen no time zijn ze blauw van vlees.

De aanwezige vetten in onze mengelingen laten de duiven glanzen en daarbij zijn ze zijdezacht van pluim. Wie inmiddels om is en 12 maanden per jaar onze mengelingen verstrekt, weet waar ik over praat.

En dan nog dit: duiven waaruit je kweekt moeten kweekwaardig zijn. Hier is vaak één van de twee partners een topper op de vluchten geweest en de andere een zomerjong uit de beste kwekers.

Zomerjongen die hier naar de kweek gaan zijn vaak aangeschaft uit het allerbeste of ik pak er één of twee uit een gekweekte ronde zomerjongen. Ik zal nooit een zomerjong meenemen dat me niet aanstaat. Vaak weet ik al waar dat jong tegen gekoppeld wordt als ik het ergens meeneem.

Duiven die niet presteren op de vluchten én geen superieure afstamming hebben, doen dat vaak op het kweekhok ook niet. Heb je maar één echt goede duif zitten, zoek daar dan een passende partner bij en verleg ze maar meerdere keren.

Het belangrijkste is dat je uit een goede duif kweekt in plaats van een voddenbaal. Een jonge duivenhok vol prullen brengt namelijk meer ergernis dan plezier. Ik heb zelf altijd deze instelling gehad: als ik toch iets moet doen, dan maar gelijk goed.

Afgelopen weekend heb ik alles op zijn plaats gezet, de duiven een bad gegeven en ze nog eens bekeken. De kweekduiven zijn weer supermooi. De overnachtduiven ook, maar die waren niet verduisterd.

De vliegduiven mogen binnenkort weer naar buiten. Ze zijn mooi op gewicht, niet te vet en zeker niet mager. Er zitten hier nog 30 vliegkoppels, twee teveel dus, maar er zal vast nog wel iets gebeuren als ze weer buiten vliegen.

Ik heb voor mezelf een overzicht gemaakt van deze 30 doffers en duivinnen met daarop hun beste prestaties. De ene zit bij de Asduiven, de andere won op teletekst en sommige wonnen een 1e en meerdere malen top 100 provinciaal.

Je moet eigenlijk achter iedere vliegduif iets kunnen zetten, anders zijn ze het doorhouden niet waard. Mooie stambomen hebben ze hier allemaal, maar alleen daarmee kom je er niet. Ze moeten ook presteren.

Over vijf maanden gaan we normaal gesproken de strijd weer aan en die begint zoals altijd in eigen vereniging. Word je daar niet 1e, dan gebeurt dat op andere plekken ook niet. Ik speel in een sterke vereniging met enkele goed presterende hokken en dat is alleen maar goed. Concurrentie moet je nooit ontlopen, hoe sterker hoe beter.

Al met al gaat het erom dat je plezier haalt uit je duiven en dat je kan genieten van de aankomsten en van deze mooie hobby. Vooral in deze tijden waarin we verplicht aan huis zijn gekluisterd.

Dat België hoog staat aangeschreven in het buitenland is te zien op PIPA bij de biedingen vandaag. Aanvankelijk kwam dat door de Belgen zelf. Toen ik daar 30 jaar geleden voor het eerst op hokbezoek ging, werd me meermaals toegesproken dat we in Nederland met soepkippen speelden en dat alles maar de mand in moest omdat het nergens om ging.

Inmiddels zijn daar meer massa inkorvers dan hier en weten ze stiekem dat dit idee achterhaald is door Hollandse duiven die daar al diverse nationale vluchten hebben weggekaapt. Mannen als Hooymans, Reijnen-Bolton en De Weerd om er enkele te noemen, hebben de concurrentie opgezocht en inmiddels al nationale overwinningen op zak. En ik kan je verzekeren dat het daar niet bij blijft.

Dat deze mannen in Nederland ook goede duiven hebben kan niemand ontkennen, maar er zijn hokken die boven deze mannen uitstijgen en voor nog meer spektakel zouden kunnen zorgen in België. De nazaten van duiven van Willem de Bruijn bijvoorbeeld hebben daar al een massa nationale vluchten gewonnen.

Dat PIPA veilingsite nummer #1 is in de wereld, is duidelijk gebleken. Mooi zou het zijn als zij de Nederlandse duiven ook wat meer in de schijnwerpers zouden zetten. Iemand die ik qua wijsheid hoog heb staan zei het deze week passend; in België zijn de duivenprijzen maal 10, maar qua kwaliteit weet ik zeker dat we gelijk staan.

Het enige nadeel van Nederland heb ik in mijn laatste blog beschreven, dat is de wisselende puntentelling van kampioenschappen. Het is nu eenmaal niet duidelijk aan te wijzen wie de beste duiven heeft in dit land. Iemand die in de afdeling 1e kampioen wordt kan bij WHZB of de nationale kampioenschappen onder een ander staan die in dezelfde afdeling niet eens bij de eerste tien kampioenen staat. Tja, probeer dat maar eens uit te leggen.

Dit jaar hebben we diverse titels binnengehaald op alle niveaus, maar of die allemaal zo eerlijk zijn, dat betwijfel ik. Bij het ene spelverband worden de punten zo behaald, bij het andere spelverband weer anders.

Als ik de top 5 van WHZB op alle spelverbanden bekijk, komt het erop neer dat er alleen in afdeling 5 en 8 superduiven zitten en de liefhebbers in andere afdelingen maar wat aanmodderen. Ik ben echter oud en wijs genoeg om te weten dat er in elke afdeling topduiven en kampioenen zijn.

Men zou de punten van de nationale en WHZB kampioenschappen alleen maar uit de afdelingen moeten halen en alle vluchten laten tellen met een aftrekvlucht per discipline. Tot het zo ver is zijn de kampioenschappen behaald in eigen vereniging nog de meest betrouwbare.

We hebben een reeks mooie herfstdagen achter de rug. Het blad valt goed van de bomen, dus over enkele maanden wordt de tuin weer winterklaar gemaakt. Snoeien gebeurt hier pas als de sapstroom van de planten stilstaat en de bladeren eraf zijn. Ook dat gebeurt overal steeds vroeger, de planten staan nog groen in het blad en men begint al te knippen.

De vliegduiven zitten in hun toekomstige hokken, weliswaar op kappelletjes en dat blijft zo tot eind januari. Ik heb er gisteren een paar beetgepakt, maar ze pluimen weer super mooi en zacht in en er was geen slechte pen te zien.

Hier gebeurt in de herfst en winter alles eenmaal daags, binnen 10 minuten heb ik alle duiven gevoerd en van vers drinken voorzien. Op dit moment krijgen ze eenmaal per dag 80% Championsmix / 20% NPO-mix met een lepel oregano olie op iedere kilo voer. Daaroverheen gaat nog een pikpotje gevuld met Champions Mineralenmix, ook per kilo voer.

Verder ben ik de roze mineralenpoeder van Mariën en de Olympic MG Mix van Beute nog aan het opmaken, dat gaat eenmaal per week over het voer. In het drinkwater zit Naturaline of Sedochol (de originele die sinds kort in handen is van Belgica de Weerd), dit wissel ik om de dag om.

Alle duiven krijgen eenmaal per week een bad wat volgens mij ruim voldoende is, ze kunnen namelijk ook gewoon in de regen zitten als ze willen.

De kweekduiven zijn weer als plaatjes zo mooi, maar dat is logisch. Duiven waar het minst mee gevlogen is, zijn het mooist na de rui. Bij hokken die in deze tijd van het jaar filmpjes en plaatjes laten zien van prachtige vliegduiven, hoef je dus niet om duiven. Daar is amper mee gevlogen dit seizoen.

Bij mij zijn het kilometervreters die nog op de hokken vertoeven. De nog aanwezige oude vliegduiven hebben alle vluchten gevlogen die op het programma staan. De jonge duiven hebben ook geen vlucht overgeslagen, de natour meegerekend.

Hier is alleen plaats voor allrounders die de vluchten kunnen en moeten spelen van 100 tot 700 km. Afstandsgeschikte sprinters of wat dan ook zie je hier niet, want die wil ik niet. Van april t/m september start ik elke vlucht met dezelfde intentie en dat is om te winnen. Of dat nu op 100 of 700 km is, ik geniet er beide van en heb dezelfde hoeveelheid respect voor de duif die wint.

Ik ben inmiddels op een leeftijd waarbij het draait om plezier in de duivensport en niet de commerce eromheen. Topduiven waar ik plezier aan beleef tijdens hun vliegcarrière eindigen op eigen kweekhok, dan kan ik er nog dagelijks van genieten. Dat gaat niet als ze op een hok zitten ergens in een ver land.

Doevepeet

De bonnen op Doevepeet lopen goed en ik hoop dat ze nog verder oplopen. Ik zag dat de beste liefhebber van Nederland Evert-Jan Eijerkamp en consorten ook een jonge duif heeft geschonken. Onze bon en die van Bas Verkerk lopen al mooi omhoog.