Het lijkt erop dat we later gaan starten met vliegen en dat is op zich geen probleem. Het zou wel fijn zijn als er wordt gekeken naar de mogelijkheid om het seizoen op te schuiven en alvast een noodplan te maken voor het vliegprogramma, waar iedereen zijn voordeel mee kan doen. Denk bijvoorbeeld aan langer verduisteren.

Dat deze taferelen jaarlijks terug gaan keren, daar mag je vanuit gaan. Is het geen corona, dan is het wel iets anders. We zagen dat eerder met de vogelgriep, al lijkt dat probleem wel iets rustiger te worden.

Tegenwoordig reizen we van het ene naar het andere land alsof we met de bus gaan. Dit is iets wat in mijn jeugd alleen voor de rijkere was weggelegd. Ook wordt er veel meer geïmporteerd dan vroeger.

Dit betekent wel dat wanneer er ergens iets uitbreekt de hele wereldbevolking meteen gevaar loopt. Maar zoals altijd zal mens en dier immuniteit ontwikkelen en dan is het weer wachten op de volgende plaag die ons of onze dieren treft.

Kortom, voorlopig alles in rustmodus, al gaan de duiven er wel alle dagen een vol uur uit. Ze moeten trainen en in conditie geraken. Dit gedoe kan zich ook ineens oplossen en dan gaan we vliegen en moeten we niet lopen jammeren dat we er niet klaar voor zijn.

Laten we hopen dat alles snel oplost en we beter en vooral droger weer gaan krijgen, iets wat haast niet anders kan door de vele neerslag die we achter de rug hebben. In China lijkt alles op zijn retour nu de lente daar aangebroken is, dus er is hoop achter de horizon.

Ik moet in de ren van de jonge duiven de nieuwe rekken nog maken en wachten op de Benzing M3 klok, dan kan het weer beginnen. De ploeg van de eerste twee rondes – zo’n 75 stuks – vliegt al goed rond en is bijna klaar met het verkrijgen van een nieuw verenkleed.

De derde ronde is en wordt gespeend, dat zijn er ook 75. Verder liggen er nog wat jongen van een paar dagen oud van mijn beste duiven om op de nalijn te spelen. De selectie begint zodra ik jongen zie die iets mankeren, die worden hier niet oud.

Bij de jongen doe ik nu driemaal per week Colinol Plus van DHP over het voer en dat bevalt prima. De mest is top, dus we gaan zien of dit veel uitmaakt voor adeno of niet. Hier dus alleen een PMV-enting één week na het spenen en eind mei de pokkenenting (vermoedelijk in de nek en niet meer met het kwastje, al twijfel ik daar nog over). De paratyfusenting zal de 1e week van juni worden.

Verder gaan de jonge duiven de gehele dag los. Tellen doe ik niet. Wat de rover pakt, jammer dan. Straks mand je ze in en raak je door een slechte lossing ook een volle mand kwijt. Waarom zou ik dan nu wakker liggen van die paar die worden gegrepen?

De selectie bij de jongen is minimaal de helft van de keren dat ze in de mand gaan 1:10 en minstens 1x 1:100 erbij. Duiven die als jong niet per honderdtal spelen blijven hier niet als jaarling. De oude duiven moeten meerdere keren 1:100 spelen om door te mogen. De 24 koppels oude vliegduiven krijgen meer dan 20 kansen om vroeg te vliegen, maar de kaarten zullen na zes vluchten vast geschud zijn en ik moet blij zijn als er dan nog 20 koppels zitten.

Het aantal jonge duiven boeit me niet, ik zie dat als test om te proberen wat toppertjes te kweken. Je moet er veel ringen om duiven zoals Lichte Super Rossi met 3x teletekst op de midfond over te houden. Aan veel oude duiven heb ik altijd een hekel gehad. Je hebt die twaalf maanden per jaar zitten, terwijl de jongen er maar een goed half jaar zijn.

Ik houd de laatste jaren in totaal zo’n 100 door in de winter (vliegers en kwekers) omdat ik ook op de dagfond speel. Vroeger waren dat er nooit meer dan 60. Als ik alleen vitesse en midfond speelde, waren dat er nog maar 60.

De kweek voor mijzelf is zo goed als voorbij en verliep super zonder uitvallers. De kwaliteit oogt hoger dan voorgaande jaren, wat ik ook wel verwachtte aangezien ik de toplichting van 2017 op het kweekhok heb gezet. Je kan nu eenmaal beter uit jonge ervaren duiven kweken dan uit bejaarde, al komt daar zo nu en dan ook nog wel iets goeds uit voort.

Bij de meeste jongen heeft minimaal één van de ouders teletekst gevlogen, daar ligt het dus niet aan. Uit alle koppels heb ik zes jongen, dus je zou zeggen dat er toch zeker één goede per koppel bij moet zitten.

De gespeende jongen hebben allemaal hun PMV-enting gehad. Later dit jaar volgt de pokken- en paratyfusenting en daar moeten ze het mee doen.

De meeste bonnen zijn ook voorzien. Of ze een goede hebben, weet ik niet. Ik heb in de jaren dat ik bonnen kocht vaak de mooiste van de twee meegenomen en daarmee ook gelijk de twee slechtste. Hoe vaak komt het wel niet voor dat de minste in het nest de beste wordt en dat de grootste alleen maar de grootste vreter van de twee bleek te zijn.

Hier gaat deze week alles op weduwschap. Ze hebben vijf tot tien dagen gebroed na hun nest jongen. Verder ben ik nog langs De Weerd geweest. Ze hadden net als vorig jaar na de kweek een lichte tricho besmetting. Toen heb ik er niets aan gedaan en was het bij de controle drie weken later weg. Nu zit ik nog ver voor de seizoenstart, dus krijgen ze vier dagen B.S. door het water vanaf dit weekend.

Daarna krijgen ze nog drie weken LTW tot de fles leeg is en dagelijks 80% Championsmix en 20% NPO-mix. Daarnaast krijgen de jonge en oude duiven iedere dag een stenen pikpot gevuld met Champions Mineralenmix per 25 duiven.

Verder lijkt er mooi weer aan te komen vanaf volgende week, dus kunnen de trainingen goed ingezet worden. Veel rijden met de duiven doe ik niet. Twee keer naar 30 km en dan kunnen ze mee.

Wat heb ik liever, forme of kwaliteit? Doe mij maar kwaliteit. Duiven in forme stijgen boven hun kunnen uit. Een middelmatige vlieger wordt voor enkele weken een goede. Als je eenmaal forme te pakken hebt kan je mooie dingen verwachten, maar helaas is het vaak van korte duur.

Beschik je over kwaliteit en kan je jouw duiven op een natuurlijke wijze gezond houden, dan kan je een heel seizoen goed spelen. Knoeien met medicatie kan op een enkele vlucht een boost geven, maar daarna krijg je een forse tegenslag. Aan mij is dit niet besteed. Ik wil een heel seizoen goed presteren en niet een paar vluchten.

Het nieuwe vliegprogramma

Ik heb het nieuwe vliegprogramma gezien en heb daar natuurlijk mijn op- en aanmerkingen over. We beginnen 11 april op 140 km en amper vier weken later Melun op 355 km. Twee weken daarna zitten we op 550 km.

Het jonge duivenspel start 4 juli op een goede 100 km. Vijf weken later zitten we op 240 km terwijl dan één week later de nalijn start op 100 tot amper 280 km. Voor de jonge duivenspelers wordt er dus drie keer de mogelijkheid geboden boven 300 km te spelen in hun jonge bestaan. Als jaarling krijgen ze zes dagfondvluchten van gemiddeld 600 km en zeven midfondvluchten van gemiddeld 350 km voor hun onervaren kiezen.

Ik had liever drie keer boven de 350 en drie keer boven de 450 km gespeeld met de jonge duiven. De angsthazen onder ons die bang zijn om een duif te verspelen kiezen immers toch wel voor de rondjes om de kerk op de nalijn.

Het spel begint dus 11 april en eindigt vijf maanden later op 12 september. Brabant 2000 zet dan een week later op 19 september zelfs nog een opleervlucht op het programma van 285 km. Wie het weet, mag het zeggen. Mij gaat dit namelijk boven mijn verstandelijk vermogen. Ik begrijp het duivenspel niet meer, maar dat zal vast aan mij liggen.

Ik las onlangs de reportage op PIPA van Dirk van Dyck, één van de sympathiekste Belgen die ik ontmoet heb in mijn zoektocht naar betere duiven. Rechtstreekse Van Dyck duiven heb ik niet meer. Ze waren hier top op de midfond, maar kwamen iets tekort op de dagfond. Wel zitten er nog ingekruiste nazaten met mijn duiven die het voortreffelijk doen.

Bijvoorbeeld de duivin van het Millennium koppel (moeder Olympic Millennium, Avatar en meerdere top 10 NPO-winnaars) die ik samenkweekte met nog zo’n sympathieke Belg, Herman Bevers. De duivin van Herman was rechtstreeks van Dirk van Dyck. Zo ontmoet je dus wel eens wat liefhebbers die je bijblijven.

Ik heb ook respect voor liefhebbers als Christian van de Wetering. Hij is hier wel eens geweest voordat hij bekend werd. Ik had nooit gedacht dat hij zo’n topliefhebber zou worden. Ook hij houdt alles simpel, geen verwarmde hokken maar alles gewoon open net als hier. Hij zit ook in de open vlakte.

Als het over verzorgers gaat hebben ook Oliver Sabol, Brian Bolton en Henri van Doorn mijn respect. Ook zij halen het beste uit een duif en zijn 24 uur per dag bezig met het doorvoeren van verbeteringen.

Jan Hooymans, Evert-Jan Eijerkamp, John van Wanrooij en Erik Reijnen hebben één ding gemeen: het zijn geslaagde zakenmannen, maar werken ook allen samen met een topverzorger wat net zo belangrijk is als het hebben van goede duiven.