Dit weekend dus de voorjaarsbeurs in Houten, traditiegetrouw de start van het nieuwe seizoen.

Dr. Fernand Mariën

Vandaag ben ik even langs Dr. Fernand Mariën geweest voor conditiepoeder en mineralenmix, dus ik kan er weer tegenaan. Fernand vertelde me dat hij deze zomer met pensioen kan, dus ben ik benieuwd hoelang we nog gebruik kunnen maken van zijn producten.

Fernand staat bekend om zijn minimale gebruik van medicatie. Hij zal dit dan ook niet snel meegeven. Ook hij gelooft in de opbouw van een natuurlijke, sterke weerstand bij duiven en verder niets.

Zijn de mineralen en conditiepoeder dan een versterking? Ik weet het niet. Voor 2006 gaf ik het alle jaren met alleen Naturaline, en toen ging het super. Nadien gebruikte ik het 10 jaar niet meer omdat ik geen tijd had dit te halen, maar de resultaten bleven hetzelfde.

In 2016 ben ik gestopt met mijn bedrijf, dus nu heb ik weer de tijd om het te halen en geef ik het dus weer, net zoals in 2006 en daarvoor.

Vroeger en nu

In principe heb ik vorig jaar de periode van 2006 gekopieerd en een hardere selectie gemaakt op gezondheid. Verder heb ik weinig geloof meer in allerlei onzin. Werden er destijds duiven ziek, dan mochten ze hun verblijfsvergunning inleveren. Ik had toen weinig geduld en een hekel aan kwakkelende duiven.

Toentertijd won ik ieder jaar vaak de eerste openingsvlucht al de 1e en gemiddeld 10x de 1e in het samenspel. Ook in 2006, het jaar van de verkoop (52 stuks), werd ik 1e, 2e, 6e, 8e en 10e Provinciaal Asduif met de jonge duiven.

Ook in 1999, bij de oprichting van Brabant 2000, was ik 1e hokkampioen en 1e Asduif met Iron Man. Hij werd later de vader van Vedetje, waar Ludo Claessens 1e en 3e Nationaal Orléans mee won.

Inmiddels leven we 19 jaar later en vloog ik vorig seizoen nog steeds 1e hok jong en 1e en 2e Asduif jong in Brabant 2000. Wat dat betreft is er dus niet veel veranderd in die 19 jaar, haha.

En ja, ook toen al voerde ik de Championsmix. Dit liet ik toen mengen bij Van Camp in Boechout, België. Dit werd opgeleverd in jute zakken van 50 kg. In de jaren daarna heb ik de samenstelling echter wel iets veranderd en verbeterd.

Wat niet veranderd is, is mijn drijfveer om het alleen met goede duiven te doen. Je moet er alleen een heleboel van kweken en dan is het nog de kunst om de minste eruit te filteren voordat de vluchten starten. Na de vluchten volgt een eindselectie.

Gisteren was de wind te hard en te koud om de duiven los te laten, dus dan maar een baddag.

Zowel de jonge als oude duiven zaten er binnen enkele seconden in, iets wat ik graag zie. Duiven die graag in bad gaan, zijn in orde. Een goede graadmeter is tevens dat er een dikke laag witte poeder op het water blijft liggen.

Resultaten van slechte voeding

Onlangs ben ik nog op hokbezoek geweest, waarbij mij direct opviel dat de duiven daar een mengeling van slechte kwaliteit hadden gekregen tijdens de rui. Deze duiven hadden harde, droge pluimen en afgeschuinde slagpennen. Dit soort duiven verschijnen vaak met 1-0 achterstand aan de start.

Ik vind dat je 12 maanden per jaar duivenmelker moet zijn en niet moet bezuinigen op de verzorging, bijvoorbeeld door er maar een goedkope zak voer in te kieperen.

Minder duiven voor meer succes

Wordt alles wat te duur, dan kun je beter minder duiven gaan houden. Het draait immers niet om kwantiteit, maar kwaliteit. Meer duiven houden betekent niet dat je meer prijzen zult winnen.

Integendeel, minder duiven houden leidt juist vaak tot meer succes. Ik ken genoeg melkers die top gingen spelen en meer duiven zijn gaan  houden, maar daardoor toch weer slechter zijn gaan spelen. Het overzicht kunnen bewaren werkt het beste.

Voeding tijdens de kweekperiode

Ook in de kweekperiode moet je een veelzijdige, uitgebalanceerde mengeling zoals de Championsmix voeren. Dit mag volop en daarnaast adviseer ik iedereen om daar ook dagelijks wat Allerlei bij te verstrekken.

De jongen krijgen hier nu volle bak tot aan het vliegseizoen, onder de voorwaarde dat ze alles op moeten eten voordat ze nieuw voer krijgen.

“Trainen ze dan nog wel?” hoor ik u denken. Zodra de jongen hier gemiddeld een maand gespeend zitten, jaag ik alles één keer per dag het hok uit. Ik sla er dan met de vlag onder, zodat ze de lucht in gaan. Na een aantal dagen is dat niet meer nodig, omdat ze dan vanzelf gaan.

Vroeger liet ik ze de hele dag rondslenteren, maar dat doe ik niet meer vanwege de roofvogels. Nu is het vliegen of binnen verblijven.

De oude vliegduiven liggen nu ook met jongen van tien dagen en ook die krijgen volle bak te eten. Ze mogen niets aan gewicht inleveren tijdens de opkweek. Ik heb liever dat ze iets te zwaar aan het seizoen beginnen dan te licht.

Met het oplopende seizoen in Nederland krijg je er niet snel meer gewicht bij als de vluchten eenmaal begonnen zijn, zeker niet met een voorjaar met regelmatig oostenwind erin.

Hier moeten de jongen hun PMV enting nog krijgen, maar enten met vorst doe ik niet. Jonge of oude duiven loslaten met -5 graden en een harde oostenwind doe ik ook niet. De hokken staan wel hele dagen open, duiven kunnen goed tegen de kou.

De kwekers zitten hier gewoon in de buitenlucht, er zit namelijk geen voorzijde in de kweekhokken. Persoonlijk heb ik liever vorst dan regen, dat is ook goed tegen al het ongedierte.

Trainingen

Vanaf volgende week worden de dagelijkse trainingen opgevoerd. Het ziet ernaar uit dat de temperatuur dan weer omhoog gaat.

De duiven moeten hun spieren loskrijgen voor de start van het nieuwe seizoen, anders zit je met een hok vol scheefvliegers. Ik neem aan dat ook zij aan hun uithoudingsvermogen moeten werken, net zoals wij mensen.

Hier zitten nu ongeveer 68 jongen gespeend van de eerste lichting. Van de tweede lichting liggen er ongeveer evenveel. Deze zullen over een dag of twaalf gespeend worden.

Tijdens het enten doe ik gelijk een selectieronde. Waar ik niets in zie, gaat er gelijk uit. Daar steek ik verder geen tijd, geld en energie in. Ik hoef hier immers geen honderden jongen te hebben. Vaak zie je dat de twijfelgevallen als eerste wegblijven, maar dan heb je ze al wel twee maanden lang gevoerd.

Selectiecriteria

Duiven die ik hier niet wil hebben zijn:

  • Extreem grote duiven. Dit zijn namelijk zelden goede duiven.
  • Duiven met een harde en droge pluim.
  • Duiven nu al 2 cm openstaan.
  • Duiven die een oerdomme indruk achterlaten.
  • Duiven die bij een ander gaan buurten en pas laat in de avond terugkeren.
  • Duiven die altijd dik zitten.

 

Duiven terughalen is sowieso niet aan mij besteed, zeker niet als ik weet dat ze hier al rondjes gevlogen hebben.

Jongen die tegen een draad gevlogen zijn en gerepareerd moeten worden vallen hier ook af, uitzonderingen daargelaten. Mocht er een goede oude duif tegen de draad vliegen, dan laat ik hem vaak wel hechten, maar dan gaat hij ook gelijk naar de kweek en zal hij niet meer op het vlieghok verschijnen.

Met perfect gebouwde duiven winnen is al moeilijk genoeg, laat staan met halve duiven die met geluk een keer een prijs winnen met een stormwind vanachter.

Hier zoek ik het in duiven die als jong meermaals 1 op 100 spelen, dit worden vaak de duiven van de toekomst. Hier deden mijn beste duiven zoals Superrossi, Fast Rocket etc. het als jong al super. De twee super Belgen van Peter van Oerle waren ook als jong al bij de betere en werden zelfs Asduif in het samenspel als jong.

Deze week is alweer de voorjaarsbeurs in Houten, zo snel kan een jaar voorbijgaan. Zelf ben ik een jeugdlid van 50 jaar, maar ik hoop nog wel wat jaren te kunnen genieten van de duivensport (mits de gezondheid het toelaat natuurlijk).

Fast Rocket

Gisteren had ik het al even over Fast Rocket, zoon van Last Lady en halfbroer van Harry’s Rocket. Hij is nu naar de kweek gegaan na eerder een 2e, tweemaal 11e NPO en meerdere 1e prijzen gewonnen te hebben.

Natuurlijk geeft dit door. Afgelopen jaar won Dragon Girl (een dochter van hem) de 1e in het Rayon en werd ze 2e Gouden Crack FZN.

Voorbereidingen in maart

Het eerste weekend van maart is ook altijd het tijdstip dat de duiven weer in orde moeten zijn voor het nieuwe seizoen. Zijn ze dan niet goed, dan zijn er nog enkele weken om herstelwerkzaamheden te verrichten.

Hier ga ik half maart op controle met de duiven. Niet zozeer voor Trichomoniasis (‘t Geel ), maar meer voor coccidiose of worminfecties (wat ik overigens pas één of twee keer gehad heb in mijn loopbaan als duivenmelker). Coccidiose kan uit zichzelf weggaan, maar wormen niet. Vandaar de controle.

Met wormen is het net als met paratyfus, ze doen het vaak op in de mand doordat ze gevoerd worden tussen de uitwerpselen. Al zit er maar één besmette duif tussen, je kunt hier een hele besmetting door opbouwen zonder dat je het in de gaten hebt.

Preventief kuren doe ik alleen in het najaar tegen paratyfus. Verder kuur ik niet, dit tast namelijk alleen de weerstand van de duiven aan.

Kwaliteit boven kwantiteit

Ik volg dus min of meer het Mariën systeem, oftewel alleen kuren wanneer het écht nodig is. Dit kan echter alleen met een kleine, overzichtelijke kolonie duiven die je goed in de hand hebt. Je moet ze dan wel scherp in de gaten houden. Iemand met meer dan 400 duiven in het seizoen wil ik dit dan ook niet adviseren.

Hier overleven in de winter nu zo’n 100 duiven. Voor mijn verkoop in 2006 waren dit er nooit meer dan 60. Ik kweek wel heel veel jongen, maar de meeste hou je geen zes maanden. Oude duiven hou je jaarrond.

Het is dat ik ook voor Friesland kweek, anders hield ik er niet meer dan 70 (ongeveer 12 kweekkoppels en 24 vliegkoppels). Mochten dat allemaal goede zijn, dan was je de beste van het land. Zo simpel is dat.

Vandaar dat ik nooit aanraad om het in meer duiven te zoeken. Je kunt het beter in goede duiven gaan zoeken, een harde selectie maken en jezelf specialiseren op de vluchten die je wilt spelen. Snelheid, halve fond of dagfond.

Gisteravond heb ik de laatste prijsuitreiking van het seizoen bezocht, de Fondclub Zuid-Nederland oftewel de gouden ringen competitie.

  • 1e met Harry’s Rocket
  • 2e met Dragon Girl (uit superkweker in spe Fast Rocket)
  • 9e Gouden crack jong
  • 10e Gouden crack jong
  • 1e Gouden afdelingskampioen jong en oud op de dagfondconcoursen

 

Geert Kouters

Ik heb daarnaast het podium gedeeld met alle 1e afdelingskampioenen.

Zelf stond ik naast de ondergewaardeerde 90-jarige Geert Kouters, wat heeft die man toch veel gewonnen in zijn leven. Vroeger op de programmavluchten en nu op de overnacht.

Leg er de adelbrieven maar naast: 40 jaar terug was Geert de beste en dat is hij nu nog steeds, maar dan op de overnacht. Daar kan geen schrijverij over prestaties van 30 jaar terug tegenaan.

Weinig verandering

Het bijzondere van alles is dat het ieder jaar dezelfde gezichten zijn en dat de samenstelling van de kampioenen het laatste decennium dus weinig veranderd is.

Ook in 2018 zal het weer om enkele hokken draaien, vaak dezelfde als in de jaren ervoor.

(On)eerlijke uitslagen

Kijk, in Brabant 2000 of de FZN zijn de uitslagen tenminste eerlijk (hoewel ze ook hier de punten uit de eigen rayons halen).

Nationale competities die punten uit rayons of samenspelen pakken, daar geloof ik niet zo in. Hier had ik het gisteren met de heren Stabel over en ook zij weten dat.

Zoals ik eerder al aangaf, de prijzen op de nalijn mee laten tellen bij jonge duiven of Olympiade duiven is concoursvervalsing.

Doordat er geen trainingsduiven meer meegaan, worden de overnachtspelers min of meer gedwongen hun aanhangers vol jonge- of jaarduiven voor prijs mee te geven, terwijl ze niet geconstateerd worden. Speel je samen met heel wat van die overnachtspelers, dan kun je natuurlijk uitpakken.

Enkele jaren terug stond ik tot mijn verbazing bij de 1e Nationale jonge Asduiven met een duif die veruit de minste van het hok was. Voor mijn gevoel waren er toen tien betere, maar hij had toevallig vier prijzen op rij gewonnen (wat tevens ook de enige vier prijzen van hem waren dat jaar).

Zijn hokgenoten waren op die vier vluchten net iets later, maar wonnen wel 7 à 8 keer 1 op 10, waarbij 4x 1 op 100 van de elf vluchten met de jongen. Eigenlijk had ik die dus op moeten ruimen en hem moeten houden. Wat ik dus wil aangeven is: veel kampioenschappen zijn geen graadmeter.

Het is zo simpel: zijn er op de minste afdeling van Nederland bijvoorbeeld maar zes jonge duivenvluchten, dan moet je over heel Nederland de uitslagen van de beste zes vluchten tellen.

Bij de minste afdeling dus alle zes en bij de andere afdelingen alleen de beste zes, de punten uit de afdelingen halen en niet uit de rayons.

Nationaal Morlincourt?

Ook had ik het met Christ van der Linden nog even over het belachelijke idee om Nationaal Morlincourt in te voeren, 160 km voor Zeeland vs. 600 km voor de verste afstand. Hoezo een waanidee, hoe krijg je het verzonnen.

Ik hoop dat e.e.a. gaat veranderen, hopelijk naar vier sectoren waarbij de afstand midden in de sector 400 km is. Zo zouden mijns inziens alle mid-, dag- en overnachtconcoursen moeten zijn: vier sectoren (het land in de lengte en in het midden verdelen) en de afdelingen opdoeken.

Alleen zo is de duivensport te redden.

Petitie

Tenslotte kreeg ik nog een mailtje binnen met de vraag een petitie te tekenen tegen roofvogels.

Uiteraard ben ik een tegenstander van roofvogels, maar denken wij nu echt dat wij met 17.000 duivenmelkers het gevecht kunnen winnen van milieu- en diergroeperingen? Ik hoef hopelijk niemand uit te leggen dat wij aan het kortste eind zullen trekken en slapende honden wakker gaan maken.