Dat België hoog staat aangeschreven in het buitenland is te zien op PIPA bij de biedingen vandaag. Aanvankelijk kwam dat door de Belgen zelf. Toen ik daar 30 jaar geleden voor het eerst op hokbezoek ging, werd me meermaals toegesproken dat we in Nederland met soepkippen speelden en dat alles maar de mand in moest omdat het nergens om ging.

Inmiddels zijn daar meer massa inkorvers dan hier en weten ze stiekem dat dit idee achterhaald is door Hollandse duiven die daar al diverse nationale vluchten hebben weggekaapt. Mannen als Hooymans, Reijnen-Bolton en De Weerd om er enkele te noemen, hebben de concurrentie opgezocht en inmiddels al nationale overwinningen op zak. En ik kan je verzekeren dat het daar niet bij blijft.

Dat deze mannen in Nederland ook goede duiven hebben kan niemand ontkennen, maar er zijn hokken die boven deze mannen uitstijgen en voor nog meer spektakel zouden kunnen zorgen in België. De nazaten van duiven van Willem de Bruijn bijvoorbeeld hebben daar al een massa nationale vluchten gewonnen.

Dat PIPA veilingsite nummer #1 is in de wereld, is duidelijk gebleken. Mooi zou het zijn als zij de Nederlandse duiven ook wat meer in de schijnwerpers zouden zetten. Iemand die ik qua wijsheid hoog heb staan zei het deze week passend; in België zijn de duivenprijzen maal 10, maar qua kwaliteit weet ik zeker dat we gelijk staan.

Het enige nadeel van Nederland heb ik in mijn laatste blog beschreven, dat is de wisselende puntentelling van kampioenschappen. Het is nu eenmaal niet duidelijk aan te wijzen wie de beste duiven heeft in dit land. Iemand die in de afdeling 1e kampioen wordt kan bij WHZB of de nationale kampioenschappen onder een ander staan die in dezelfde afdeling niet eens bij de eerste tien kampioenen staat. Tja, probeer dat maar eens uit te leggen.

Dit jaar hebben we diverse titels binnengehaald op alle niveaus, maar of die allemaal zo eerlijk zijn, dat betwijfel ik. Bij het ene spelverband worden de punten zo behaald, bij het andere spelverband weer anders.

Als ik de top 5 van WHZB op alle spelverbanden bekijk, komt het erop neer dat er alleen in afdeling 5 en 8 superduiven zitten en de liefhebbers in andere afdelingen maar wat aanmodderen. Ik ben echter oud en wijs genoeg om te weten dat er in elke afdeling topduiven en kampioenen zijn.

Men zou de punten van de nationale en WHZB kampioenschappen alleen maar uit de afdelingen moeten halen en alle vluchten laten tellen met een aftrekvlucht per discipline. Tot het zo ver is zijn de kampioenschappen behaald in eigen vereniging nog de meest betrouwbare.

We hebben een reeks mooie herfstdagen achter de rug. Het blad valt goed van de bomen, dus over enkele maanden wordt de tuin weer winterklaar gemaakt. Snoeien gebeurt hier pas als de sapstroom van de planten stilstaat en de bladeren eraf zijn. Ook dat gebeurt overal steeds vroeger, de planten staan nog groen in het blad en men begint al te knippen.

De vliegduiven zitten in hun toekomstige hokken, weliswaar op kappelletjes en dat blijft zo tot eind januari. Ik heb er gisteren een paar beetgepakt, maar ze pluimen weer super mooi en zacht in en er was geen slechte pen te zien.

Hier gebeurt in de herfst en winter alles eenmaal daags, binnen 10 minuten heb ik alle duiven gevoerd en van vers drinken voorzien. Op dit moment krijgen ze eenmaal per dag 80% Championsmix / 20% NPO-mix met een lepel oregano olie op iedere kilo voer. Daaroverheen gaat nog een pikpotje gevuld met Champions Mineralenmix, ook per kilo voer.

Verder ben ik de roze mineralenpoeder van Mariën en de Olympic MG Mix van Beute nog aan het opmaken, dat gaat eenmaal per week over het voer. In het drinkwater zit Naturaline of Sedochol (de originele die sinds kort in handen is van Belgica de Weerd), dit wissel ik om de dag om.

Alle duiven krijgen eenmaal per week een bad wat volgens mij ruim voldoende is, ze kunnen namelijk ook gewoon in de regen zitten als ze willen.

De kweekduiven zijn weer als plaatjes zo mooi, maar dat is logisch. Duiven waar het minst mee gevlogen is, zijn het mooist na de rui. Bij hokken die in deze tijd van het jaar filmpjes en plaatjes laten zien van prachtige vliegduiven, hoef je dus niet om duiven. Daar is amper mee gevlogen dit seizoen.

Bij mij zijn het kilometervreters die nog op de hokken vertoeven. De nog aanwezige oude vliegduiven hebben alle vluchten gevlogen die op het programma staan. De jonge duiven hebben ook geen vlucht overgeslagen, de natour meegerekend.

Hier is alleen plaats voor allrounders die de vluchten kunnen en moeten spelen van 100 tot 700 km. Afstandsgeschikte sprinters of wat dan ook zie je hier niet, want die wil ik niet. Van april t/m september start ik elke vlucht met dezelfde intentie en dat is om te winnen. Of dat nu op 100 of 700 km is, ik geniet er beide van en heb dezelfde hoeveelheid respect voor de duif die wint.

Ik ben inmiddels op een leeftijd waarbij het draait om plezier in de duivensport en niet de commerce eromheen. Topduiven waar ik plezier aan beleef tijdens hun vliegcarrière eindigen op eigen kweekhok, dan kan ik er nog dagelijks van genieten. Dat gaat niet als ze op een hok zitten ergens in een ver land.

Doevepeet

De bonnen op Doevepeet lopen goed en ik hoop dat ze nog verder oplopen. Ik zag dat de beste liefhebber van Nederland Evert-Jan Eijerkamp en consorten ook een jonge duif heeft geschonken. Onze bon en die van Bas Verkerk lopen al mooi omhoog.

2020 was sportief gezien een topjaar voor mij met een geweldige kweeklichting, geen kweekproblemen en ook weinig problemen in het korte vliegseizoen.

Alles draait om planning en voorbereiding, daarom zijn de hokken hier weer schoon en ligt er bij de kweekduiven weer een verse laag Vloerdekkorrel in het hok. Ik verschoon de Vloerdekkorrel eenmaal per jaar, zodat ik alleen de bakken hoef te reinigen. De duiven vinden het heerlijk en liggen er vaak gewoon in.

De kweekduiven zijn gevaccineerd en hebben hun jaarlijkse tricho pil gehad. Ik ben met een mestmonster naar De Weerd gegaan voor controle op wormen en coccidiose maar er was niets te vinden. Overal van afblijven is dan het beste. Er komt ook geen duif meer bij, want ik wil geen potentiële besmettingsbronnen op het hok halen.

Vanaf volgende week krijgen de kweekduiven weer 12 uur licht en gaan de bakken volledig open, op dit moment kunnen ze er al voor zitten. Ik werk stapsgewijs naar het nieuwe kweekseizoen toe om ze rustig voor te bereiden. Ik koppel tegen de avond in de schemer en ze gaan dan samen de nacht in. De volgende ochtend zie ik graag dat het koek en ei is zonder vechtpartijen.

Verleggen of omkoppelen doe ik niet meer, de koppels die er zitten brengen drie rondes groot voor mezelf en één voor Jan. Daarna nog een ronde zomerjongen en dan is het klaar. Op deze manier gaan de duivinnen een stuk langer mee.

Als er tussen vijf à zes gekweekte jongen uit een koppel geen goede zit, dan is dat bij 20 stuks ook niet. Een verschil tussen de drie gekweekte rondes merk ik niet, er zitten evenveel slechte als bruikbare jongen in iedere ronde.

Het draait om de genen van een duif en als die van beide partners goed zijn, hoeven die ook niet omgekoppeld te worden. De nieuwe koppels moeten wel kloppen. Geen verkeerdvliegers, maar duiven die elkaar zichtbaar liefkozen. Als ze niet naar elkaar omkijken, kan je ze beter uit elkaar halen, want dan is hun nageslacht vaak ook niets.

Ik ben wel benieuwd naar volgend seizoen. In 2017 kweekte ik ook een toplichting waarmee ik in 2018 bij de jaarlingen drie NPO-overwinningen behaalde en één Olympiade duif had. Die toppers van 2017 zijn nu kweekduiven en gaven allemaal al topjongen. Eens in de paar jaar moet je zo’n topkweek hebben om de boel te kunnen verjongen hier en daar.

Alle verkoopsites die je op dit moment opent, puilen uit. Het is tegenwoordig normaal dat je om de twee jaar totaal verkoopt. En nee, niet 50 goede duiven, maar gelijk 400 superduiven. Waar anderen hun hele leven bezig zijn om enkele goede duiven op het hok te krijgen, lukt het hen om elke twee jaar 400 toppers te kweken. Het zal best. Je kan het de verkoper niet kwalijk nemen, het is de koper die dit in stand houdt.

Wat ik wel heb geleerd, is dat er een groot verschil zit tussen de aangeboden duiven op de verschillende sites. Zo heb je goede duiven die geen commerciële waarde hebben tegenover prullen die voor veel geld van de hand gaan. Het gaat er vaak om waar ze geboren zijn; bij een hok met naam en faam of een onbekend hok wat knetterhard speelt maar nooit de aandacht heeft gekregen wat het verdient. Het maakt ook verschil op welke veilingsite ze worden aangeboden.

Er zitten overal goede duiven, maar die paar duivenkrantjes die er nog zijn schenken alleen aandacht aan vrienden en bekenden of reclame van de duiven die zij aan het veilen zijn. De redactie bemoeit zich er vaak niet eens mee en de schrijver bepaalt zelf waar hij langs gaat. Zo gaat dat bij sommige veilingsites ook.

Hoe kan je duiven aanbieden van liefhebbers die al jaren geen blad raken of in geen enkel kampioenschap te vinden zijn? Commercie is raar, het is veelal list en bedrog waar vele niet doorheen kunnen kijken. Het zijn grote bedrijven die omzet moeten draaien en daar is op zich niets mis mee. Het is aan de koper om zijn huiswerk te doen en uit te pluizen of het allemaal wel klopt wat er wordt geschreven.

Hoe anders was dat jaren terug. Als je een NPO-vlucht won, stond dat twee bladzijdes dik uitgemeten in verschillende duivenmagazines met een uitgebreid verhaal hoe je de duiven had gemotiveerd en verzorgd. Nu krijgen mensen een blad vol aandacht omdat ze Grootmeester zijn geworden, terwijl sommige liefhebbers al tien duiven thuis hadden voordat de Grootmeester zijn eerste pakte.

Zo staan er vier regeltjes over de duif die een heel konvooi achter zich liet om vaak met voorsprong alleen thuis te arriveren na een urenlange strijd vol gevaren. Daarvoor krijgt hij dus nul respect. Dat respect is voor dat handjevol duiven van de Grootmeester dat meer dan een half uur later arriveerde.

Kortom, we leven mijns inziens in een omgekeerde wereld, maar doen daar weinig tot niets aan. Zo zou ik ook mijn ongezouten mening kunnen geven over de vliegprogramma’s en de prestatieachtergrond van de mensen die deze bedenken, maar laat ik dat mezelf maar besparen.