De eerste ronde jonge duiven staat te trappelen om naar buiten te mogen. Gisteren kregen ze een bad in de ren. Vanaf volgende week ga ik ze loslaten, maar eerst moeten ze naar de signalen dat ze naar binnen moeten leren luisteren. Ik gebruik daar een sportfluitje voor. Elke keer dat ze gevoerd worden, fluit ik en dat hebben ze snel door.

De laatste jaren worden de jongen die het vertikken om binnen te komen vaak gegrepen door de roofvogel. Nu zijn dat niet gelijk de slechtste, maar vaak de avontuurlijkste duiven die alles willen verkennen zonder de omgeving goed in de gaten te houden.

De eerste weken blijf ik in de buurt, daarna niet meer. Het hele dagen op dak slenteren wat ik vroeger wel deed en nog graag zou willen, is niet meer mogelijk. Je trekt er die rovers gewoon mee aan en die lijken ook ieder jaar eerder te starten met broeden. Het komt niet aan op een duif meer of minder, maar selecteren doe ik liever zelf. Daar heb ik geen kromsnavel voor nodig die de duiven in de stress jaagt.

De vliegduiven zijn na de koppeling niet los geweest. Het blijft miezerig weer, maar het is ook nog lang geen half april.

Veiling Van Brandenburg

Verder loopt er nog een veiling van Jan van Brandenburg. Jan heeft hier wat duiven gehaald, maar moet helaas wegens gezondheidsredenen stoppen. Eén duivin is uit de veiling genomen, omdat zij klem zat tussen een deur. Laat dat nu net een dochter van Fast Rocket zijn, de beste volgens mij. In deel twee zijn er nog vijf kinderen van haar te koop, gekoppeld aan een zoon van Geeloger van Koen Minderhoud. Een kans dus om voor weinig aan iets goeds te komen.

Het is een feit dat er niet veel goede duiven zijn. De meeste goede duiven zijn mooi gebouwd en gepluimd, vandaar dat de betere liefhebber ze iets makkelijker onderscheidt. Daarnaast worden goede duiven alsmaar mooier door hun prestaties.

De valkuil is dat er ook een hoop mooie duiven zijn die er niets van bakken. In april starten de meeste vluchten weer. De favorieten zijn dan binnen enkele weken weer op hun plaats van voorgaande jaren en dezelfde hokken zakken wederom door het ijs.

Waar ligt dit dan aan? Stilstand, overbevolking, teveel of te weinig medicatie, te lang met dezelfde duiven doorgaan die al lang verwijderd hadden moeten worden, wie zal het zeggen… Een duif die één keer per jaar een kopprijs pakt is nu eenmaal geen goede en zal ook vaak soortgelijke duiven voortbrengen.

De meeste minder presterende hokken zitten overvol: 24 of meer weduwnaars, 18 kweekkoppels en noem maar op. Het is beter om de helft te verwijderen en alleen met je beste duiven door te gaan. Die enkele goede duif zal zich anders aan de slechte optrekken in plaats van andersom.

Ben je niet zo zeker over je duiven? Laat ze beoordelen door een liefhebber die beter speelt of één van de duivenkeurders die menen er verstand van te hebben. Samen zie je meer dan alleen. Overbevolking schaadt, hier zijn de hokken nooit overbevolkt. Ik heb daar een hekel aan en wil al mijn duiven kennen.

Na enkele vluchten vliegen er hier al duiven uit. Ik ben daar nooit slechter van geworden en geloof niet in verhalen als ‘dan is de sfeer weg’.

Zo werd ik ergens in de jaren ’90 2e hokkampioen midfond in de afdeling achter de in die tijd onklopbare Wijnings uit Sprundel. Zij vlogen met dertig duiven, ik nog met zes weduwnaars. Ik startte dat seizoen met achttien duiven, de rest was al verwijderd omdat ze niet goed genoeg waren.

Hier koppel ik voor mijn gevoel de minste aan elkaar zodat het gehele koppel in één keer kan verdwijnen. Mocht één van de twee alsnog boven verwachting presteren, dan heeft de partner geluk maar zal hij wel zijn chipring verliezen en als thuisblijver door het seizoen gaan.

Minder duiven kosten minder geld en zijn makkelijker gezond en gemotiveerd te houden, vooral als je over weinig tijd beschikt. Ook bij de jongen werd vroeger na vijf vluchten 30% verwijderd om alleen met de beste naar de NPO-vluchten te gaan. Nu heeft iedereen slapeloze nachten als 30% verspeeld wordt.

De tijden na de poulejaren zijn veranderd en dat is niet ten goede van de duivensport. Er worden nu veel meer kansloze duiven aangehouden dan vroeger en ook is de spanning eraf. Vroeger kon er wat gewonnen worden. Als nu de 1e prijs weg is, valt het gewoon tegen.

Zondagochtend was ik vroeg op. Ik heb alle kweekhokken zuiver gezet en zo goed als de gehele eerste ronde gespeend. Ik heb ze wel eens vroeger gespeend, maar door verschillende omstandigheden werd dat nu iets later.

Vervolgens konden alle kweekduiven in bad waar ze dankbaar gebruik van maakten. Je zou haast hopen dat het alle dagen zulk weer was. Tenslotte kwamen Oliver en zijn kameraad (de soigneurs van Eijerkamp) op bezoek om duivenvoer te halen. We hebben nog gezellig gebabbeld en toen was de dag zo weer om.

De vliegers zitten op een enkeling na allemaal te broeden. Zij gaan deze week gewoon weer los. Ik doe dat nooit als ze op drijven zitten, dan gaat de roofvogel er gegarandeerd met enkele vandoor.

Zo stel ik ook alle klussen aan de buitenkant van het hok uit totdat de jongen voor het eerst buiten komen, dan ben ik in de buurt. Ik probeer ze wel in de gaten te houden aan de hand van de camera’s die hier hangen.

Van roofvogelaanvallen als de jongen voor het eerst buitenkomen word je niet vrolijk. Ze spatten alle kanten op en je hoort of ziet er niets meer van, gestempeld of niet. Vaak zitten ze dichtbij. Ik maak elk jaar mee dat je maanden later bericht krijgt dat er een duif een paar kilometer van huis binnen is gelopen.

Zelf ben ik iemand die direct ziet of er een duif ontbreekt of er een vreemde tussen loopt, daar hoef ik ze niet voor te tellen.

Ik las de bovenstaande titel in de column van Piet de Vogel. Waarheid als een koe natuurlijk, maar er is nog wel iets meer nodig dan alleen goede duiven.

Ik heb veel kampioenen in krabbers zien veranderen nadat ze door hun goede duiven heen waren, bijvoorbeeld na een totale verkoop. Toen ze over goede duiven beschikten, wisten ze alles en nu opeens niets meer.

Het eerste wat ik Jan aanleerde toen ik hem ging begeleiden, is standvastigheid. Je moet één verzorgingssysteem uitwerken dat bij jouw persoonlijke situatie en werk past. En nog veel belangrijker: jezelf daaraan houden.

Als je naar Jan en alleman luistert en voortdurend van systeem, product of voer verandert, kom je niet verder. Hetzelfde geldt voor ruilen met mensen die op hetzelfde niveau spelen als jezelf.

Niets gaat vanzelf in de duivensport. Wanneer je de lat hoog legt, zijn de verwachtingen van anderen en jezelf hoog. Gaat het niet zoals het moet, dan ga je dingen tackelen. Zijn je duiven gezond, bijvoorbeeld? Ga eens op controle bij een duivenarts. Vindt hij niets, dan is dat alvast duidelijk. Vaak moet je gewoon je geduld bewaren en zeker niets onnodig veranderen.

Bij het ene hok gaat het vanaf het begin super, terwijl een ander hok net wat meer natuurlijke warmte nodig heeft en iets later in het seizoen op gang komt. Zelf blindelings met medicijnen gaan knoeien terwijl ze niets mankeren, raad ik af. Vaak stop je je duiven daarmee in een steeds dieper dal.

Een duivenarts ziet dagelijks duiven en ziet snel wat er aan schort. Ik twijfel in het seizoen ook wel eens en raadpleeg dan Jan van Wanrooij van Belgica de Weerd om te horen wat hij ervan vindt. Soms doe ik daar iets mee, soms ook niet. Dat is een kwestie van aanvoelen.

Verder vertrouw ik op natuurlijke producten, kwaliteitsvoeding en goede duiven op een ruim en goed verlucht hok. Mankeren mijn duiven iets, dan zie ik dat snel en ga ik zeker op onderzoek uit. Moet er medicinaal worden ingegrepen, dan doe ik dat. Uitzieken moet je aan de concurrentie overlaten!

Dagen als gisteren doen je verlangen naar het voorjaar, de periode waarin de duiven weer dagelijks hun training afwerken en er met spanning naar de vluchten toegewerkt kan worden.

De vliegduiven zijn hier aan het leggen. De eerste eitjes waren er op negen dagen. De grootste helft geef ik weg aan bevriende liefhebbers om ze te testen, zodat ik straks weet wat de kweekwaarde van de ouders is.

Bij verschillende vliegduiven gaan er eitjes van de kweekduiven onder. Dat scheelt wel een dag of drie dat die eerder uitkomen, maar dat vind ik niet erg.

De vliegduiven zijn bijgelicht van 08.00 uur ‘s ochtends tot 17.30 uur ‘s middags. Een hele dag licht dus, bewust niet te lang omdat ik geen ruiproblemen wil veroorzaken.

Ik kies er dit jaar voor om alleen uit de beste duiven te kweken en houdt geen voedsters meer. Wel heb ik zes koppels zomerjongen onder de kwekers gekoppeld. Zij komen uit mijn beste duiven en zijn geselecteerd op bouw, uitstraling en gezondheid. Selectie op vluchten heeft natuurlijk mijn voorkeur, maar bij zomerjongen kan je niet anders.

Gisteren heb ik de eerste ronde van de kweekduiven bekeken. Ze zien er top uit en de kwaliteit spat ervan af.

Kweken in de buitenlucht heeft eigenlijk alleen maar voordelen. Er zat een koppel houtduiven te broeden in de coniferenhaag, hier voor de duivenhokken. Ik hield die jongen nauwlettend in de gaten en als je ziet hoe die opkwamen… Ze pasten amper in hun nest en glansden als pauwen.

De kweekduiven blijven hier zo dicht mogelijk bij de natuur. Ze krijgen begin november een geeltablet en daar moeten ze het een jaar lang mee doen. Om de dag doe ik Naturaline met extra look en eenmaal per week een bruistablet met vitamine C en calcium in het water. Verder om de dag Ropa-B voederolie over de Allerlei en that’s it.

De vliegduiven verzorg ik in de winter hetzelfde. In het vliegseizoen worden zij behandeld indien nodig, maar ik ga dan ook eens per vijf à zes weken op controle met de duiven.

Een oplettende Helgi zei dat hij uit IJsland komt in plaats van Finland (zoals ik in één van mijn vorige blogs beschreef). Ja, daar wordt dus ook met duiven gespeeld. Daar moeten ze zelfs over gletsjers heen om thuis te geraken.